Zijn er bij Defensie nog wel eens hoogtepunten?

Julianadorp, 2 augustus 2017

Zijn er bij Defensie nog wel eens hoogtepunten?

Met belangstelling lees ik regelmatig de defensiekrant, maar opvallend was het nieuws wat in de defensiekrant jaargang 4 (themanummer)van 13 juli 2017 werd gepubliceerd. Daarin kwamen een aantal militairen aan het woord die met de beste wil van de wereld probeerden dat het met Defensie een goede kant opgaat. Wanneer je de interviews goed tot je door laat dringen kom je tot de conclusie dat Defensie bijna een bankroete organisatie is geworden en waaruit blijkt dat vier jaar van onbeholpen bestuur en beleid van de minister van Defensie met haar commandant der strijdkrachten, Defensie tot aan de rand van de afgrond heeft gebracht. Wellicht heeft Defensie met deze charme interviews dit zelf niet eens in de gaten, immers er zit geen enkele opgaande lijn in omdat de tekorten nog altijd ernstig voelbaar zijn. Bezuinigingen in haar bewindsperiode en de reorganisaties hebben tot nu toe hun tol geëist. Zij heeft in haar bewindsperiode geen enkele keer met haar vuist bij de coalitie op de tafel geslagen om meer geld voor Defensie te verwerven. En het beetje geld dat de christelijke partijen aan Defensie hebben bijgedragen is een druppel op de gloeiende plaat. Herinnert u zich nog vorig jaar dat alle departementen, waarbij ook Defensie niet werd ontzien, 200 miljoen moesten inleveren om 2,2 miljard aan lastenverlichting aan de burgers in 2017 terug te geven. Maar plompverloren werd aan het begin van het jaar bekend dat deze lastenverlichting niet kon doorgaan omdat de minister van Financiën inmiddels dit geld aan andere posten in de begroting had besteed. Met andere woorden ook Defensie werd wederom door Financiën misbruikt, zonder enige tegenstrubbeling van deze minister van Defensie. Van enig beleid en inzicht van haar kun je niet spreken, laat staan van doeltreffend leiderschap of enige ervaring. Het uitvoeren van een voor haar taak berekende en doeltreffende krijgsmacht wordt slecht beleden met haar mond. Maar ook een commandant der strijdkrachten hield al die tijd zijn mond en als een gewillig schaap werd ook hij door het politiek engagement de schuur ingestuurd om de afkalving van de krijgsmacht met lede ogen aan te zien.

En dan opeens is daar het themanummer van een defensiekrant waar geënsceneerde interviews met militairen worden gehouden en laten zien dat er wellicht enig licht aan het einde van de tunnel van de afbraak van defensie is te zien. Als ik nog een actief dienende militair was geweest had ik nog drie keer nagedacht voordat ik mij voor zo een interview had laten strikken. Neem bijvoorbeeld de krijgsmacht-adjudant Spierenburg die dacht dat er stapsgewijs 870 miljoen bij Defensie was gekomen. Hij vergat er en passant bij te vermelden wat er in de vierjarige bewindsperiode van de minister van Defensie nog op Defensie is gekort. Schijnbaar is het lezen van een defensiebegroting even te hoog gegrepen of te vermoeiend voor hem. En dan ook nog de jip-en-janneke-taal over “kerels en meiden”. De krijgsmacht is toch nog niet een of andere “kindergarten”, want we spreken nog altijd over volwassen personen die ook als zodanig dienen te worden aangeduid.

De commandant Hulselmans die blij aangeeft dat 100 miljoen voor de aankoop van munitie wordt aangetrokken. Jaarlijks 20 miljoen over een periode 2017 – 2021. Maar als je weet dat anderhalf miljard zo al op gaat aan het op pijl brengen van munitievoorraden en onderdelen voor voer-, vaar- en vliegtuigen, dan is dit uiteraard veel te kort om hier de munitievoorraad mee aan te vullen.

Een kapitein Remco van het 322 squadron die vertelt dat een jaar lang geen uitzendingen konden worden geformeerd vanwege het tekort aan munitie en vliegtuigtuigen. Het zijn allemaal goedbedoelde verhalen, maar bij het lezen verging mij gaandeweg in deze defensiekrant de illusie dat het toch nog goed moet komen bij Defensie, waarbij ik eigenlijk tot de conclusie kom dat Defensie bijna haar doodvonnis heeft getekend. En dat allemaal onder leiding van een minister van Defensie die nog geen slag in een pakje boter kan slaan, geen haar op haar tanden heeft, eet en geniet van de voeding die onze minister-president Rutte haar voorschotelt. En net zoals Rutte telt alleen het eigen belang van deze minister en is zij ondertussen bezig aan haar volgende carrièrestap op een nieuw departement in een mogelijke nieuwe coalitie.

Geen woord wordt er in de defensiekrant gerept over emolumenten, zoals een voor militairen aanvaardbare c.q. evenredige loonsverhoging als in het bedrijfsleven of elders in de overheid, een betere reparatie van het AOW-gat, een compensatie voor de extra te betalen pensioenpremie die ook nog even met ingang 1 januari 2017 aan de militairen werd opgelegd. Je kunt dus deze minister van Defensie het best omschrijven als de minister met haar departement “hoofd van het bureau lege dozen”. Immers nergens ziet zij zelf kans om geld te halen, ook niet in haar nadagen als demissionair minister. Het moet van mijn hart dat dit toch beschamend is.

En dan nog het verhaal wat in de media verscheen over het korps commandotroepen die slecht gekleed aan uitrusting en middelen op pad worden gestuurd. Voor de bühne herkende zij zich niet in dat beeld, maar moest op vragen in de Tweede Kamer rap op haar uitlatingen terugkeren.

Zolang er geen nieuwe coalitie wordt gevormd teert Defensie in op haar begroting. Immers er komt niets bij. En hoe langer de formatiebesprekingen duren hoe groter het begrotingsoverschot wordt. Hiermee wordt alleen maar aangegeven dat het geld bij de overheid tegen de plinten klotst, maar tussentijds geen enkele medewerking van de minister van Financiën wordt getoond om Defensie voorshands nu aan het benodigde geld te helpen.

Op het defensieplatform las ik een sterk betoog van de commandant zeestrijdkrachten dat het eigenlijk twee voor twaalf is. Want elke dag dat er niets aan Defensie wordt gedaan is een verloren dag die gewoon geld kost.

Ik ben natuurlijk niet de enige die zijn zorgen uit over Defensie. Op de linken hieronder kunt u lezen hoe ook andere personen over Defensie denken.

H.T (Hennie) van Wilgenburg

http://verenoflood.nu/defensie-verdient-meer-respect/

 

https://www.rtlnieuws.nl/nederland/politiek/hennis-erkent-problemen-korps-commandotroepen

 

http://defensie-platform.nl/probleem-defensie-herkennen-beeld/

 

http://defensie-platform.nl/politiek-en-defensietop-staan-zware-taak-besluit-kct-commandant/

 

http://defensie-platform.nl/drie-miljard-extra-is-nodig-zegt-generaal-verkerk/

 

http://nos.nl/artikel/2163157-wat-stelt-onze-krijgsmacht-nog-voor.html

 

http://www.dagelijksestandaard.nl/2017/07/bedankt-mark-defensie-schort-alle-trainingen-op-om-levensgevaarlijke-omstandigheden/

Defensiebegroting verhogen met 2,1 miljard 5e brief aan de heer Buma

Nu de Christen Unie aan de informatiebesprekingen mag aansluiten heb ik mijn laatste brief geschreven aan de heer Buma. In mijn beleving heb ik er alles aan gedaan om een  voor haar taak berekende krijgsmacht te waarborgen. Wie weet zal mijn inbreng enig soelaas bieden. Het zal natuurlijk ook afhangen wat de partijen aan de tafel zullen beslissen. In ieder geval heb ik mijn best gedaan.

H.T. van Wilgenburg

Vogelzand 2604

1788GP Julianadorp

E-mail: hennievanwilgenburg@icloud.com

GSM: 06 3021 9411

Julianadorp, 28 juni 2017

AAN:

Christen Democratisch Appel (CDA)

de heer S. van Haersma Buma

Referte: mijn brieven d.d. 22 maart 2017, 26 april 2017, 14 mei 2017, 6 juni 2017

Geachte heer Buma,

Wat was het een geruststelling voor mij toen ik vorige week in de krant las dat de CU aan de formatietafel mocht aanschuiven. Een partij die net zoals het CDA voor waarden en normen staat, maar ook in haar verkiezingsprogramma streeft naar veiligheid en dus ook meer geld voor Defensie wil inzetten waar andere politieke partijen weinig oren naar hebben. Die inzet heeft deze partij samen met de SGP ook getoond de afgelopen jaren door middel van moties meer geld naar Defensie te laten vloeien. Maar het is nog lang niet genoeg en daarvoor heeft het een coalitiegenoot nodig om bij de informatiegesprekken te benadrukken en te onderhandelen dat Defensie een uitgeholde krijgsmacht is geworden waar ook nu het personeel overweegt Defensie vaarwel te zeggen. Zo lijken dat de jarenlange bezuinigingen, geen fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, carrièrekansen het personeel immuun heeft gemaakt. Er wordt zelfs verwacht dat er een ware exodus komt van de relatief jonge militairen die de krijgsmacht willen verlaten. Zij vragen zich af in wat voor een cultuur zij zijn beland waar het tekort aan mensen, middelen, hoge werkdruk en gebrek aan waardering steeds meer de boventoon is gaan spelen.

Het leidt bij hen tot desinteresse en dissatisfactie in hun werk om elke dag maar weer te horen dat de krijgsmacht nog niet eens meer in staat is een behoorlijke militaire oefening in Nederland uit te voeren, of in Europees verband Defensie alle registers moet opentrekken om het nijpend tekort aan materieel en personeel voor een buitenlandse oefening beschikbaar te stellen. Om nog niet te praten over het niet meer kunnen vullen van missies om de veiligheid in de wereld te waarborgen. Als ik wel eens verneem dat slechts op roulatiebasis nog geen duizend militairen voor missies beschikbaar zijn, dan vraag ik mij wel eens af wat dit voor invloed heeft op een bestand van 42000 militairen waar die anderen dan inzetbaar zijn.

Op 15 juni 2017 hield de minister van Defensie een voordracht over een te vormen adaptieve krijgsmacht. Het is het nieuwe toverwoord waar Defensie denkt het personeelsprobleem nu en in de toekomst mee te kunnen oplossen. Nadat zij in haar functie eerst het reservistenbeleid bijna de nek heeft omgedraaid, zijn het nu deze personen die de krijgsmacht in de toekomst op een hoger niveau moeten brengen.

En voor de aanwezigen ook nog eens vertellen dat Defensie inmiddels 900 miljoen erbij heeft gekregen is ook niet juist. Het zal hooguit 650 miljoen zijn geweest, want er is in haar periode ook flink bezuinigd. In een van de brieven heb ik dit wel eens vermeld. Wanneer je de defensiebegrotingen van de jaren 2014, 2015, 2016 en 2017 raadpleegt is het alleen te danken aan de CU en SGP dat er jaarlijks wat miljoenen bij zijn gekomen. Zelfs heeft zij geen enkele moeite ondernomen om meer geld voor Defensie te claimen. Het is haar penny wise pound foolish beleid die de krijgsmacht verder heeft uitgehold. Laat staan dat de belofte in Wales gestalte krijgt bij deze coalitie, of eraan wordt gewerkt dat Nederland als NAVO-land 2% van haar economische rijkdom wil spenderen aan Defensie. Zelfs het toewerken naar 1,43% in 2024 wordt naar mijn mening niet gehaald.

Zoals gesteld de problemen bij de krijgsmacht zijn groot, maar ik hoop dat u ervoor zult waken dat Defensie wederom geen sluitpost wordt bij de gesprekken en dat het CDA nog altijd standvastig blijft de defensiebegroting met 2,1 miljard te verhogen. Het is nog altijd niet genoeg voor de krijgsmacht, maar ook de CU stelt in haar verkiezings-programma dat er 2 miljard per jaar naar Defensie moet. Wat zal het voor het CDA en CU een morele overwinning zijn dit te kunnen realiseren bij de formatiebesprekingen.

Dit is mijn finalebrief aan u. In mijn beleving heb ik getracht u te kunnen overtuigen dat er meer geld naar Defensie moet, juist ook omdat de wereld onveiliger is geworden, de instabiliteit en statelijke en interstatelijke dreigingen zijn toegenomen. Dat betekent een veelzijdig inzetbare krijgsmacht: een krijgsmacht die kan beschermen, interveniëren en stabiliseren.

Maar ik kan nog heel andere argumenten aanhalen waarom een voor haar taak berekende krijgsmacht ook diep in de ziel van de Nederlander zou moeten treffen. Dat eindigt niet bij een jaarlijkse veteranendag in Den Haag waar ik met trots als detachementscommandant de officiersverenigingen KVMO, KVEO en NOV in het defilé mag aanvoeren. Het moet niet zo zijn dat een dag daarna alles weer is vergeten.

Ik hoop van u ooit nog eens een antwoord op mijn brieven te mogen ontvangen.

Inmiddels verblijf ik, met vriendelijke groet,

was getekend

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

Defensie ophogen met 2.1 miljard deel 4 en 4e brief aan Buma

Op 6 juni 2017 heb ik mijn vierde brief aan de heer Buma geschreven die u hier kan lezen. Mijn hoop blijft nog altijd gevestigd dat bij de informatiebesprekingen Defensie niet het laatste wiel is aan de wagen en er weer bekaaid van af komt.

H.T. van Wilgenburg

Vogelzand 2604

1788GP Julianadorp

E-mail: hennievanwilgenburg@icloud.com

GSM: 06 3021 9411

Julianadorp, 6 juni 2017

AAN:

Christen Democratisch Appel (CDA)

de heer S. van Haersma Buma

Referte: mijn brieven d.d. 22 maart 2017, 26 april 2017, 14 mei 2017

Geachte heer Buma,

Het leven van een fractievoorzitter bij de onderhandelingen over een nieuw te vormen regeringscoalitie gaat niet over rozen. Ik heb mij al eerder laten vertellen dat het CDA vele brieven ontvangt met wensenlijsten waarvan de rechtgeaarde Nederlander hoopt dat er iets van wordt verwezenlijkt. Maar ook met mijn eerdere brieven aan u ben ik dezelfde volhardende persoon die als gewezen marineofficier het beste met Defensie voor heeft en dat is naar mijn mening niet onterecht. Ik schaam mij telkens weer dat Defensie gewoon in de verdomhoek zit en als ik alles vanuit de media moet geloven kan de krijgsmacht niet eens meer in Nederland een trainingsoefening uitvoeren vanwege het nijpend materieeltekort, het nog maar beperkte inzetbare materieel dat veelal stuk is waardoor de oefening moet worden afgelast. De prijs is dat de bescherming van de binnenlandse veiligheid niet meer kan worden gegarandeerd.

Ik heb inmiddels al een aantal presentaties van de commandant zeestrijdkrachten luitenant-generaal R. Verkerk aangehoord die zich grote zorgen maakt over de inzetbaarheid van de zeemacht. Om de Koninklijke Marine weer op orde te hebben spreekt deze generaal over het verhogen van de defensiebegroting van minstens 1 miljard per jaar en om enigszins aan de NAVO-norm te voldoen van een bedrag van 2 miljard per jaar. Dit staat in een schrille tegenstelling wat het CDA in haar verkiezingsprogramma heeft opgenomen te weten 2,1 miljard in een volgende regeringsperiode uitgesmeerd over 4 jaar. Het is dus van wezenlijk belang dat u zich constructief hard opstelt bij de informatiebesprekingen om die 2,1 miljard binnen te halen.

Maar ook wil ik u attenderen op een presentatie van de directeur operaties generaal-majoor der mariniers mr. R. Oppelaar over de inzet van de krijgsmacht. Hij geeft een ontluisterend beeld over de missies waar Nederland nauwelijks personeel meer voor inzetbaar heeft. De battlegroups waar Nederland aan deelneemt die nauwelijks kunnen worden gevuld en dan is er ook nog een groep die weliswaar op papier bestaat maar waar geen personeel voorhanden is. Nederland is zeker niet missie moe, maar Defensie moet wel het gereedschap uit de toolbox beschikbaar hebben en niet afhankelijk zijn van de nog 16 Nederlandse tanks die aan Duitsland zijn overgedragen en na een upkeep terug kunnen worden geleaset.

Maar wat ik ook nog aan u wil benadrukken is dat Nederland een kustland is die mede met andere landen afhankelijk is van de handelsvaart en met de veiligheid op en vanuit zee is het een van de belangrijkste factoren waarbij de Koninklijke Marine een belangrijke rol speelt. Een op 24 uur notes operationele vloot betekent ook dat de Koninklijke Marine wereldwijd inzetbaar blijft, of dit nu in de Hoorn van Afrika, het Nederlands grondgebied in het Caribisch gebied, of de andere gebieden waar brandhaarden zijn. En ik hoef u niet te vertellen hoe u deze vloot in stand kan houden. Dat heb ik in mijn eerdere brieven aan u, volgens mij, sterk beargumenteerd. Met andere woorden met een goed defensiebeleid van het CDA kunt u dit bewerkstelligen.

En hoewel u niet met alles sores over de krijgsmacht op de hoogte bent kunt u altijd, ook in deze informatiegesprekken, met uw defensiewoordvoerder de heer R. Knops vol op het orgel gaan. Immers Knops heeft de afgelopen 4 jaar laten zien wat er bij Defensie aan schort en was een van de beste debaters die het beleid van de huidige minister van Defensie aan de kaak heeft gesteld.

En als laatste heb ik wederom vernomen dat er aanwijzingen zijn dat GroenLinks weer aan de tafel mag aanschuiven. Deze partij heeft niets maar ook niets op met Defensie. Zij trekken er zelfs geen geld voor uit. Hoe naïef kun je als deze partij zijn om de veiligheid van ook hun Nederland telkenmale in de waagschaal te stellen.

Maar laat ik toch altijd mijn optimisme aan u tonen en er zeker van te zijn dat het CDA bij de onderhandelingen de 2.1 miljard binnen zal halen. Het is nog altijd niet genoeg, maar de krijgsmacht is er de komende vier jaar mee gebaat. En voor the record lees eens mijn drie eerdere brieven aan u nog eens rustig door.

Inmiddels verblijf ik, met vriendelijke groet,

was getekend

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

Defensiebegroting verhogen met 2.1 miljard. Deel 3 3e brief aan de heer S. Buma

Gisteren heb ik mijn derde brief aan de heer Buma aangeboden. Vandaag vernam ik dat de informatieve gesprekken zijn geklapt. Het onderwerp migratie is waar het op is gestruikeld. Ik denk dat dit niet het enige onderwerp is geweest. Immers Defensie is ook zo een heikel onderwerp. Of dit eenzelfde struikelblok kan zijn geweest, dat weet ik niet. Immers naar buiten toe wordt er niet gecommuniceerd. Wel weet ik dat mijn eerdere brieven door de secretaris fractievoorzitter CDA fractie Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn doorgeleid aan de heer Buma. Vandaar dat ik nog enige hoop kan putten dat mijn derde brief over Defensie bij de heer Buma of de heer Knops enig gewicht in de schaal kan leggen.

Met mijn derde brief  hoop ik dat de heer Buma  zich tot op de tanden bewapent om bij de besprekingen het verhogen van het defensiebudget met 2.1 miljard mogelijk te maken. Het “polderen” over het bedrag is niet ter zake. Immers het CDA heeft het bedrag als een harde eis gesteld. In de bijlage kunt u wederom mijn motivatie lezen.

De eerste twee brieven kunt u ook nog eens nalezen op deze website.

Onderstaand leest u mijn motivatie.

Julianadorp 14 mei 2017

AAN:

Christen Democratisch Appel (CDA)

de heer S. van Haersma Buma

Geachte heer Buma,

Op 22 maart 2017 en 26 april 2017 heb ik u een brief geschreven over Defensie. Volgens mij hebt u klip en klaar begrepen dat Defensie aan de rand van de afgrond balanceert. Immers zolang er niet wordt besloten bij de informatieve gesprekken dat Defensie ook een van de prioriteiten in een te vormen regeringscoalitie is, ik er maar weinig vertrouwen in heb dat het u lukt om de defensiebegroting voor de komende regeringsperiode met 2,1 miljard te verhogen. Toch blijf ik er bij dat het CDA haar belofte gestand houdt. In Nieuwsuur zag ik de commandant der strijdkrachten tegen beter in een krampachtige poging doen om Defensie weer op de kaart te zetten. Maar het is dezelfde commandant die in de bijna zes jaar dat hij de krijgsmacht leidt, zijn ondercommandanten telkens heeft teleurgesteld, gefrustreerd en als een technocraat niet met zijn vak maar met andere zaken bezig houdt, zoals onbenullige artikelen schrijven over klimaatverandering etc.

Ik ben al een aantal malen aanwezig geweest bij een presentatie van de commandant zeestrijdkrachten luitenant-generaal der mariniers R. Verkerk met als onderwerp “tour de horizon”. En telkens weer betrap ik mijzelf erop dat deze presentatie naar mate de tijd vordert steeds somberder wordt. Verkerk is een zeer integer persoon die met zijn maritieme visie ver vooruit loopt. Met andere woorden de Koninklijke Marine belandt de komende jaren steeds meer in slecht weer als het om vervanging van schepen gaat  die voor 2025 plaats moet vinden. Met het verhogen van het defensiebudget zou de lucht enigszins kunnen worden geklaard en kan dit ook van invloed zijn als het defensiebudget in de toekomst aan de NAVO vorm voldoet. Met andere woorden het een sluit het andere niet uit.

Ik wil u opmerkzaam maken dat in een speciaal artikel gepubliceerd in het Marineblad van mei 2017 de staat van Defensie nogmaals wordt toegelicht door de voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren. Defensie heeft zijn ultieme grenzen op zowel personeels- als materieel gebied ruim overschreden. Ik mag u dit artikel van harte aanbevelen. Sorry,” Can’t do anymore” is dus ook de noodkreet die uit mijn hart is gegrepen.

De bijgaande link is:

https://www.kvmo.nl/nieuws/weblog-voorzitter/item/597-sorry-can-t-do-anymore.html

Bij GroenLinks heeft Defensie geen enkele prioriteit. En deze partij wil zelfs geen enkele euro aan Defensie besteden. Het enige wat deze partij op haar netvlies heeft staan is milieu, klimaat, kilometerheffingen etc., die zowel op gemeentelijk als overheidsgebied de thans zorgvuldige opgebouwde economie zullen treffen. Een prachtig artikel van Leon de Winter in de Telegraaf laat het tegendeel horen. Echter met de vriendelijkheid en de meegaandheid van de minister-president Rutte die de klimaatfilosofie van GroenLinks wil ondersteunen blijkt dat hij hiermede coûte que coûte zijn ideaal, zonder aanziens des persoons, als hoofdmoot wil nastreven om in een nieuwe regeringscoalitie nogmaals als minister-president te willen acteren. En daar moet dus alles voor wijken door in zee te gaan met GroenLinks.

Meneer Buma laat uw standvastigheid, gezag en leiderschap zich door deze politieke spelletjes niet beïnvloeden. En ook niet door een zogenaamd prominent als de heer Wijffels die met een tendentieus artikel u tracht u weg te zetten als een dwarsligger als het over het onderwerp klimaat gaat. Het zijn de zogenaamde prominenten op hoge leeftijd, net zoals jaren geleden de heer van Agt, die proberen zich in de schijnwerpers te plaatsen en een duit in het zakje te doen. Gelukkig en velen met mij, ook CDA’ers, worden zij niet meer voor vol aangezien.

Maar bovenal moet u met uw gezag en leiderschap tonen dat Defensie weer bij alle Nederlanders op de kaart wordt gezet en voor hen aan de informatietafel overtuigen dat een voor haar taak berekende krijgsmacht de veiligheid van de Nederlanders met hun gezinnen voor de toekomst wordt gewaarborgd. Dus blijf bij uw standpunt dat het defensiebudget met 2.1 miljard wordt verhoogd. En neem afscheid van een partij als GroenLinks die met haar gedachtegoed in extremiteiten, impulsieve bedoelingen en opwellingen op dit ogenblik gehoor gevend, maar die weinig voor ons Nederlanders betekenen. Het verkiezingsprogramma van het CDA over het klimaat is duidelijk genoeg en het betekent zeker niet dat het CDA niets aan het klimaat wil doen. Geleidelijkheid is de beste basis waarop geacteerd kan worden.

Inmiddels verblijf ik, met vriendelijke groet,

was getekend

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

Defensie ophogen met 2.1 miljard, deel 2

Het reces loopt eind van de week ten einde en zullen de fractieleiders met hun secondanten van de politieke partijen VVD, CDA, D66 en GroenLinks weer vanaf 1 mei 2017 met de informateur mevrouw Edith Schippers bij elkaar komen om te onderzoeken of er een coalitie uit kan voortkomen. Als ik de kranten mag geloven ligt er al een voorlopig plan op tafel ter discussie over de mogelijke milieuheffingen voor de toekomst. Een ander heet hangijzer wat ook bespreekbaar zal moeten worden is het ophogen van de defensiebegroting voor de komende regeringsperiode. Je hoort er tot dusver maar weinig over. Met andere woorden er is alom stilte hoe dit ingevuld gaat worden. De enige partij die zich duidelijk heeft uitgesproken in haar verkiezingsprogramma is het Christen Democratisch Appel (CDA). In een eerdere brief op deze site heb ik de heer Buma gevraagd zich volledig in te zetten om de wens van het CDA-congres uit te voeren en voor de komende regeringsperiode 2.1 miljard aan de defensiebegroting toe te voegen. Met andere woorden met deze vervolgbrief heb ik mijn argumenten nog maar eens benadrukt die men hier kan lezen.

Het toeval wil dat ik ten tijde van deze brief die ik aan Buma heb geschreven de heer Hein van Ameijden van Damen Shipyards een artikel publiceerde dat het kabinet snel marineschepen moet vervangen.. Zie hiervoor ook de link:

AAN:

Christen Democratisch Appel (CDA)

de heer S. van Haersma Buma

Geachte heer Buma,

Op 22 maart 2017 heb ik u mijn brief “Geen woorden maar daden” aangeboden. En ongetwijfeld heeft u hiervan kennis genomen en het tot u laten doordringen dat voor andere volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer het verhogen van het defensiebudget met maatregelen slechts een bijkomstigheid is die hun niet welgevallig ligt. Immers een partij als GroenLinks heeft geen enkele affectie met Defensie, laat staan dat zij in Defensie wil investeren. Ook D66 staat niet zo te dringen om de defensiebegroting naar een voor Nederlandse begrippen met miljarden op te hogen. Deze partij heeft het alleen maar over Europese samenwerking met andere lidstaten en zal bijvoorbeeld slechts maar weinige miljoenen in Defensie willen investeren. Maar ook een andere partner de VVD belijdt slechts met de mond dat het wederom wil investeren in Defensie, terwijl het juist deze partij is die de afgelopen decennia de krijgsmacht heeft ontmanteld. Het ultieme voorbeeld is een voormalig minister van Defensie, de heer Kamp, die als een slachter tewerk is gegaan en de Marine Luchtvaart Dienst heeft verkwanseld door deze in de uitverkoop te zetten. En bovendien heeft hij op personeelsgebied duizenden functies geaborteerd. In kringen waar ik mij begeef wordt nog altijd veelal geroepen dat hij de “as van het kwaad” is geweest die Defensie heeft ontwricht in haar taken die de veiligheid van ons land en daarbuiten zou moeten waarborgen. En juist deze VVD heeft de afgelopen vier jaar een minister van Defensie geleverd die zich ook niet van een gunstige kant heeft laten kennen en een beleid met mooie praatjes voor de bühne Defensie nog verder de afgrond heeft ingeduwd en het zelf zover heeft laten komen dat de meest elementaire begrippen van een basisgereedheid van een krijgsmacht zij niet meer kan waarmaken. De laatste 16 tanks bij de krijgsmacht werden om niet overgedragen aan Duitsland die deze opknappen en waar Nederland ze nu tegen een hoge prijs kan leasen, omdat Nederland geen geld meer heeft om dat zelf te doen. Maar zo kan ik nog vele voorbeelden noemen van het inefficiënt besteden van gelden. Als voormalig marineofficier durf ik mij bijna niet meer te vertonen in de marinehaven van Den Helder, waar schepen alleen maar aan de kant liggen, omdat de nodige reservedelen ontbreken of worden gekannibaliseerd om een ander schip vaar gereed te krijgen.

Maar ik moet ook bekennen dat defensieambtenaren mede actief hebben meegeschreven aan de ombuigings- en investeringslijst van de minister van Financiën, waarvoor ik u nog uw speciale aandacht vanaf pagina 51 op wil vestigen. Het geeft de minister van Financiën alleen al het mandaat om voor Defensie te beslissen hoeveel geld hij aan Defensie wil besteden. Het is toch absurd dat ook deze huidige minister van Defensie daaraan heeft meegewerkt terwijl zij tegen beter weten in hiermee de krijgsmacht nog verder marginaliseert. U zult dus van mij begrijpen dat zij geen enkele waardering van deze huidige krijgsmacht zal krijgen. Althans zeker niet van mij waarbij mijn hart als rechtgeaarde Nederlander nog altijd bij Defensie ligt, maar telkens weer moet toezien hoe deze krijgsmacht door haar wordt geminimaliseerd. En als klap op de vuurpijl kwam dan ook nog het schaamteloze aanbod van deze minister van Defensie aan de defensiebonden die een gesloten envelop ontvingen wat het ultieme aanbod van Defensie is voor haar personeel waar zij in de media haar mond zo van vol heeft, maar waarvoor zij feitelijk niets over heeft. Wellicht komt empathie voor haar personeel in haar vocabulaire woordenschat niet voor. Onder haar leiding is Defensie niet meer de goede werkgever waarvoor jongeren in de rij staan om te solliciteren en waar het huidige jongere personeel Defensie voortijdig zal verlaten omdat nu ook de economie aantrekt en werkgevers graag gekwalificeerd personeel van Defensie in dienst willen nemen.

Ik ben dus blij dat de 2,1 miljard die het CDA wil investeren in het op peil brengen van de defensiebegroting, de aanleiding is geweest om de in 2014 bij de NAVO-top beloofde ambitie om de komende jaren de defensiebegroting voor Nederland toe te werken naar 2% van het BBP. Echter in het slotdocument van Wales wordt slechts gesproken van “aim to move toward 2%” in 2024. En dit wordt door een andere demissionaire parlementariër  van de huidige coalitie, de heer Koenders, schaamteloos weggezet als een suggestie. Het zegt veel over het karakter van deze demissionaire minister voor de samenleving. Het zijn van die narcistische trekjes waar niemand vrolijk van wordt. Maar zelfs met dit bedrag komt Nederland niet eens in de richting van het befaamde, maar ook het beschamende “Europees gemiddelde van 1,43%.

Ook al zou het CDA bij de informatiebesprekingen het voor elkaar krijgen dat in de defensiebegroting 2.1 miljard wordt geïnvesteerd dan moet er over vier jaar met weer een nieuwe regering eenzelfde bedrag worden geïnvesteerd om aan dit Europees gemiddelde te komen. Overigens moet hierbij worden vermeld dat zolang de economie aantrekt het BBP ook hoger wordt wat betekent dat investeren in de defensiebegroting steeds een hoger bedrag vergt. Maar in ieder geval kan Defensie dan investeren in de vervangingen die vooral bij de Koninklijke Marine vanaf 2020 moeten plaatsvinden.

De keerzijde die nu bij Defensie is dat zolang de huidige regering demissionair is Defensie steeds meer in de problemen komt, omdat ook daar de rekeningen dienen te worden betaald waar op den duur geen geld meer voor beschikbaar is als de (in)formatiebesprekingen erg lang gaan duren.

Maar zoals door mij eerder betoogd. Het CDA heeft aan haar kiezers beloofd, en dus ook aan mij, weliswaar geen lid van het CDA, maar wel CDA-stemmer, dat het voor het CDA een harde eis is dat bij de (in)formatiebesprekingen deze 2.1 miljard gestand blijft en dat u snel afstand en afscheid moet nemen van een partij als GroenLinks die geen enkele waarde toont in Defensie. Daarbij vind ik ook dat als het CDA inderdaad in een regeringscoalitie komt u ook het departement Defensie voor uw rekening moet nemen. Immers dan laat u aan Nederland zien dat Defensie werkelijk een belangrijke plaats inneemt in de veiligheid van ons allen en het draagvlak voor een hoger defensiebudget. Maar ook dat Nederland niet meer moet worden weggezet als een “free rider” die haar veiligheid mede laat afhangen van haar NAVO-partners, terwijl de huidige regering in Nederland pretendeert dat voor Defensie een actief veiligheids- en defensiebeleid onmiskenbaar en van wezenlijke betekenis is voor onze strategische belangen, onze vrijheden en onze waarden.

En u hebt zeker een adequate volksvertegenwoordiger in uw CDA-fractie die de functie van minister van Defensie kan vervullen. In mijn ogen hoef je hier alleen maar de nummer 6 op de kieslijst van het CDA voor te raadplegen.

Afsluitend meneer Buma, hoop ik van harte dat u de wens van de CDA-kiezers om de defensiebegroting met 2,1 miljard in een nieuw te vormen coalitie gestand wil houden. Immers ik kan het niet genoeg benadrukken dat onze veiligheid voor ons Nederlanders het grootste kostbare bezit is. Dus houd u schrap en scherp. Het mechanisme van “polderen” is echt voorbij.

Met vriendelijke groet,

was getekend

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

Loyaliteit als ziel van de krijgsmacht.

Onderstaand een artikel dat ik heb overgenomen van het Defensie Platvorm en waar ik uw gewaarde aandacht op wil vestigen.

Julianadorp 16 februari 2017

Hennie van Wilgenburg

Loyaliteit als ziel van de krijgsmacht?

februari 15, 2017 Martijn Cornelissen Een reactie
Met aandacht las ik het artikel ‘Een strijd om de defensiebegroting’ in de jongste Militaire Spectator[1]. Volgens een Zweedse meubelgigant maakt aandacht immers alles mooier.

Helaas wordt het defensiebudget met alleen aandacht niet mooier, hoezeer het blad in het intro de foutieve lof uit dat “sinds 2014 beetje bij beetje weer [wordt] geïnvesteerd in de krijgsmacht”.

Defensie profileert zich al enige tijd niet meer als de beste werkgever. Na jaren van bezuinigingen, reorganisaties, afgesnoepte secundaire arbeidsvoorwaarden en ordinaire diefstal op het salarisstrookje drijft de Defensieorganisatie boven alles op de ongeëvenaarde überloyaliteit van haar personeel.
Ondanks het feit dat de signalen overduidelijk zijn, wordt er geen actie ondernomen om het personeel eindelijk eens financieel te compenseren en beloften na te komen. Dat is broodnodig.

Steeds meer lijkt het erop dat loyaliteit de ziel van de krijgsmacht is, niet de ondergeschiktheid. Dat is een kwalijke ontwikkeling.

Natuurlijk is de soldaat nog steeds gehoorzaam aan de generaal, maar niet alleen omdat de krijgstucht dit zegt. Het lijkt vooral ook te gebeuren als gevolg van de ingedrillde loyaliteit aan en respect voor elkaars vakmanschap in combinatie met de kameraadschap in de krijgsmacht. Kameraadschap die er altijd debet aan is en garant staat om met z’n allen voor één te staan en als één voor elkaar.

Helaas blijft Defensie in gebreke.

Defensie lijkt zich meer en meer te ontpoppen als een op zichzelf staand bastion, geïsoleerd van de burgermaatschappij, met Kafkaëske en Orwelliaanse trekjes. En dat heeft nu eens niets te maken met het opschorten van de dienstplicht en de daaruit voortvloeiende (vermeende?) verontmaatschappelijking van de krijgsmacht.

Zodra de waarheid op bepaalde fronten naar buiten zou moeten komen, sluit de organisatie zich hermetisch af en betrekt ze de loopgraaf. Die organisatorische geslotenheid holt haar uit.

Ook bij Defensie geldt dat alles van waarde weerloos is. De kwantiteit en kwaliteit van de krijgsmacht worden niet afdoende verdedigd door hen die dat in de eerste plaats zouden moeten doen:

Onze minister van Defensie laat zich volgens velen in het kabinet ringeloren en wegcijferen. In de eerste plaats is haar personeel stelselmatig de dupe van vooral financiële uitkleedpraktijken.
Onze communicatiemedewerkers zijn in de externe gerichtheid nog te veel toegespitst op wat wij doen in het geopolitieke spectrum en de politieke context. Terwijl juist ook wat wij doen voor alle Nederlanders van levensbelang is voor de organisatie. Als de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, bijvoorbeeld aangeeft dat afschrikking terug op de agenda staat, zegt dit alles over geopolitieke verhoudingen maar niets over de impact die dit op alle Nederlanders heeft of kan hebben. Juist zij zullen moeten begrijpen Defensie voor hun gezinnen en portemonnees van vitaal belang is; de kans dat zij uiteindelijk op een politieke partij kiezen die Defensie goed gezind is wordt daarmee vanzelf groter.
Al het Defensiepersoneel dient zich, binnen de door de organisatie gestelde kaders, te conformeren aan Every soldier a spokesman. Het gaat er dan niet om hoe open militairen kunnen en mogen zijn in het geven van informatie, het gaat erom welke tijding ze verspreiden en welk effect ze daarmee bereiken. Als vertegenwoordiger van de krijgsmacht moet iedere militair de media en publieke opinie kunnen verduidelijken waarom het werk van Defensie belangrijk is.
Veel van wat gecommuniceerd kan worden omdat het niets met de operationele veiligheid (OpSec) te maken heeft, wordt niet gecommuniceerd. Of – en dat is nog erger – in doofpotten gestopt, monddood gemaakt of anderszins het zwijgen toegebracht.

Dergelijke zaken komen uiteindelijk toch naar buiten, al is het soms jaren of decennia later, dankzij onderzoeksjournalistiek, klokkenluiders of intern lekken. Dat is schadelijk voor het imago, de geloofwaardigheid en ultimo dus ook voor de slagkracht van de krijgsmacht. Dan is het kwaad geschied.

Burgerlijke ongehoorzaamheid van militairen, vooral op de diverse sociale media, lijkt tegenwoordig gekoppeld aan de – omgekeerd evenredige – weerspannigheid van Defensie jegens haar personeel. Metaforisch: ze volgt niet haar zelfgestelde regels op, maar verlangt wél dat haar werknemers altijd de autogordel dragen, gidsen bij het achteruitrijden en nooit de maximumsnelheid overschrijden.

Ronduit ergerlijk is hoe de inkadering van het ‘bedrijfsnieuws’ van de organisatie ervoor zorgt dat de burgermaatschappij een onvolledig of zelfs onjuist beeld heeft van wat er bij Defensie gebeurt. Daardoor wordt de krijgsmacht bezien door een roze bril, ook door onze volksvertegenwoordigers.

Defensie bewijst lippendienst aan al die keihard werkende mannen en vrouwen, maar in daadkracht geeft ze vaak niet thuis. Ze zwijgt waar het erop aankomt dat rechtstreeks met het personeel wordt gecommuniceerd.

Intussen lopen de frustratie en irritatie bij het krijgsmachtpersoneel huizenhoog op. Velen zitten niet lekker meer in hun vel of verlaten het zinkend schip. Uit loyaliteit en uit angst voor maatregelen zwijgt het merendeel van het personeel, sommigen hanteren de sociale media.

Blijkbaar gelden de kernwaarden die de krijgsmacht zo sterk maken vooral op de werkvloer.

De krijgsmacht is allang geen afspiegeling meer van de saamhorigheid in de maatschappij. Die is ook daar immers ver te zoeken. De krijgsmacht lijkt een afvoerputje geworden, waar kernwaarden met voeten worden getreden en slechts weinigen hun mond durven open te trekken op straffe van loopbaanconsequenties.

De krijgsmacht is een verwarde rechtspersoon geworden. De organisatorische janboel en personele verwarring hollen haar steeds verder uit.

Als er dan, zoals nu het geval is, een complete brigade in Polen oefent, wordt dit in een grootscheeps public relations-offensief gecommuniceerd. Alsof de Nederlandse krijgsmacht nog een vuist kan maken en iets in de pap te brokken heeft. Hoe grootschalig ook, BISON DRWASKO lijkt veeleer een publicitaire stuiptrekking om aan te geven dat niet voldoen aan de 2%-norm van de NAVO geen enkele reden is om niet rustig te gaan slapen[2].

Defensie is een lijk dat al jaren drijft zonder dat de politiek actie onderneemt. Soms volgt er een goedbedoelde motie uit christelijke hoek die wat ‘extra’ miljoenen genereert, maar de adviezen die er toe doen – van de denktanks AIV, Clingendael en HCSS – om miljarden te investeren worden terzijde geschoven.

Defensie lijkt in alles bang voor de dynamiek die kan ontstaan als ze zich transparanter maakt in plaats van gesloten blijft. Ze realiseert zich echter niet dat angst een slechte raadgever is en dit zelfs de meest überloyale werknemers op termijn conditioneert tot angsthazen en koplampkonijnen.

Martijn Cornelissen

[1] http://www.militairespectator.nl/thema/artikel/een-strijd-om-de-defensiebegroting Artikel van Keetje Walenkamp, rijkstrainee bij het Ministerie van Defensie.

[2] https://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrikus_Colijn#.27Ga_maar_rustig_slapen.27

Defensie ophogen met 2.1 miljard

Julianadorp, 22 maart 2017

De verkennende gesprekken met mevrouw Edith Schippers zijn vooralsnog het aftasten wat politieke partijen samen in een nieuwe regeringscoalitie met elkaar willen afspreken. Het departement Defensie is vooral belangrijk omdat dit de veiligheid in Nederland maar ook in de wereld moet waarborgen. De afgelopen 4 jaar heeft de minister van Defensie van VVD huize dit behoorlijk beschaamd en laat zij dit departement achter met 1 miljard schuld en heeft zij zelfs geen kans gezien om de krijgsmacht aan de basisgereedheid te voldoen. Daarbij moet men zich realiseren dat dagelijks het defensiebudget afneemt zolang deze regeringscoalitie demissionair is omdat er gewoon geen besluiten worden genomen om het defensiebudget op peil te houden. Om die reden heb ik de heer Buma van het CDA een brief gestuurd die hieronder wordt gepubliceerd. Standvastig moet dan ook het credo zijn om 2.1 miljard aan de defensiebegroting toe te voegen. Dat is bij lange na nog niet genoeg, maar wel een poging om aan het 1,43% gemiddelde te komen wat andere landen van de Navo aanhouden. Vandaar deze brief.

AAN:

Christen Democratisch Appel (CDA)

de heer S. van Haersma Buma

 

Geachte heer Buma,

Geen woorden maar daden

Onder die noemer wil ik u benaderen. En waar gaat het dan over.

Uit een gehouden congres voor de leden van de CDA is een amendement aangenomen dat het CDA in een komende regeringsperiode 2.1 miljard in Defensie wil steken. Uw defensiewoordvoerder de heer Raymond Knops heeft dit nog eens bevestigd bij een CDA bijeenkomst in Den Helder op 8 maart 2017 waar bouwen aan Defensie en aan een sterkere economie de hoofdpunten waren. Het kwam er in de volgende woorden op neer dat het zelfs een harde eis is voor het CDA als zij inderdaad in een volgende coalitie regeringsverantwoordelijkheid nemen. Hoewel het bedrag niet expliciet in het verkiezingsprogramma was opgenomen heb ik toch de volgende dag contact opgenomen met het CDA kantoor die, naar aanleiding van mijn verzoek, mij mededeelde dat dit op diverse plaatsen op de website van het CDA staat gepubliceerd.

Nu u door de verkenner mevrouw E. Schippers wordt benaderd en de vraagstukken ter tafel komen hoop ik wel dat de harde eis gestand door u zal worden gehouden. Immers de krijgsmacht is in verval, maar daar hoef ik u niet nader over te informeren. Immers met de huidige demissionaire minister Hennis is een vierjarig leugenachtig beleid gevoerd en laat zij een krijgsmacht achter die zelfs niet meer aan de basisgereedheid voldoet. Als zij afscheid neemt van haar departement laat zij nog altijd een gat van 1 miljard achter. Het is niet voor niets dat deze bewindspersoon een rode kaart heeft gekregen van haar personeel.

In een interview in de Volkskrant op 10 maart 2017 met oud-minister Joris Voorhoeve en oud-landmachtbevelhebber Marcel Urlings luiden beide heren, namens de Adviesraad Internationale Veiligheid (AIV), de noodklok. Hun argumenten zijn onder andere dat men de kiezer niet wilde vertellen dat er nog andere kwesties spelen dan binnenlandse. En omdat het democratisch model steeds meer bestaat uit het volgen van de publieke opinie. Hoogtijd dat Defensie dus een issue wordt in de campagne. Maar bij de debatten tussen de politici heb ik dat toch gemist. Ook in zekere mate bij u.

Gelukkig heeft u een woordvoerder, de nummer 6 op de kieslijst, die regelmatig het vuur aan de schenen bij de minister van Defensie heeft gelegd en daar moet u trots op zijn.

Nu dat er toch wordt gesproken over een mogelijke coalitie met VVD, CDA, D66 en een vierde partij wil ik er toch bij u op aandringen dat inderdaad daadwerkelijk 2.1 miljard in een volgende regeringsperiode aan de defensiebegroting wordt toegevoegd. Overigens is dat veel te weinig, maar het is de stap naar het gemiddelde van 1,43% wat andere landen van de Navo aanhouden. Maar laat ik ook duidelijk zijn dat het niet genoeg is om bij de Koninklijke Marine de M-fregatten en de mijnenvegers te vervangen. Nederland is dus, populair gezegd, gewoon een free-rider die haar veiligheid mede laat afhangen van haar Navo-partners, terwijl de huidige regering in Nederland pretendeert dat voor Defensie een actief veiligheids- en defensiebeleid onmiskenbaar en van wezenlijke betekenis is voor onze strategische belangen, onze vrijheden en onze waarden.

Op defensiebeleid hoeft u van D66 weinig te verwachten. Die partij wil niet verder gaan dan 400 miljoen. En van de VVD is het slechts gebakken lucht als zij beweren dat zij  1 miljard in Defensie willen steken. Het resultaat hebt u zelf kunnen vernemen in 8 jaar Rutte waar alleen maar bezuinigd is op Defensie. Dus om op de harde eis van het CDA terug te komen, moet de 2.1 miljard de doorslag geven om in een regeringscoalitie samen te werken. Maar ook dat u dan het departement Defensie voor uw rekening neemt om telkenmale tegengas te kunnen geven wanneer de coalitiegenoten weer tussentijds willen bezuinigen op Defensie door bijvoorbeeld departementaal bij een voorjaarsbegroting Defensie niet te ontzien.

Ik hoop dan ook dat u mijn argumentatie wil onderschrijven. Wilt u meer over mij weten kijk dan eens op daltonhennie1939.wordpress.com of volg mij op Twitter @Daltonhennie.

Met vriendelijke groet,

w.g.

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

Loyaliteit als ziel van de krijgsmacht?

Onderstaand artikel is overgenomen van het Defensie-Platform en waar ik u uw gewaardeerde aandacht voor wil vragen.

Julianadorp, 16 februari 2017

Hennie van Wilgenburg

Loyaliteit als ziel van de krijgsmacht?

februari 15, 2017 Martijn Cornelissen Een reactie
Met aandacht las ik het artikel ‘Een strijd om de defensiebegroting’ in de jongste Militaire Spectator[1]. Volgens een Zweedse meubelgigant maakt aandacht immers alles mooier.

Helaas wordt het defensiebudget met alleen aandacht niet mooier, hoezeer het blad in het intro de foutieve lof uit dat “sinds 2014 beetje bij beetje weer [wordt] geïnvesteerd in de krijgsmacht”.

Defensie profileert zich al enige tijd niet meer als de beste werkgever. Na jaren van bezuinigingen, reorganisaties, afgesnoepte secundaire arbeidsvoorwaarden en ordinaire diefstal op het salarisstrookje drijft de Defensieorganisatie boven alles op de ongeëvenaarde überloyaliteit van haar personeel.
Ondanks het feit dat de signalen overduidelijk zijn, wordt er geen actie ondernomen om het personeel eindelijk eens financieel te compenseren en beloften na te komen. Dat is broodnodig.

Steeds meer lijkt het erop dat loyaliteit de ziel van de krijgsmacht is, niet de ondergeschiktheid. Dat is een kwalijke ontwikkeling.

Natuurlijk is de soldaat nog steeds gehoorzaam aan de generaal, maar niet alleen omdat de krijgstucht dit zegt. Het lijkt vooral ook te gebeuren als gevolg van de ingedrillde loyaliteit aan en respect voor elkaars vakmanschap in combinatie met de kameraadschap in de krijgsmacht. Kameraadschap die er altijd debet aan is en garant staat om met z’n allen voor één te staan en als één voor elkaar.

Helaas blijft Defensie in gebreke.

Defensie lijkt zich meer en meer te ontpoppen als een op zichzelf staand bastion, geïsoleerd van de burgermaatschappij, met Kafkaëske en Orwelliaanse trekjes. En dat heeft nu eens niets te maken met het opschorten van de dienstplicht en de daaruit voortvloeiende (vermeende?) verontmaatschappelijking van de krijgsmacht.

Zodra de waarheid op bepaalde fronten naar buiten zou moeten komen, sluit de organisatie zich hermetisch af en betrekt ze de loopgraaf. Die organisatorische geslotenheid holt haar uit.

Ook bij Defensie geldt dat alles van waarde weerloos is. De kwantiteit en kwaliteit van de krijgsmacht worden niet afdoende verdedigd door hen die dat in de eerste plaats zouden moeten doen:

Onze minister van Defensie laat zich volgens velen in het kabinet ringeloren en wegcijferen. In de eerste plaats is haar personeel stelselmatig de dupe van vooral financiële uitkleedpraktijken.
Onze communicatiemedewerkers zijn in de externe gerichtheid nog te veel toegespitst op wat wij doen in het geopolitieke spectrum en de politieke context. Terwijl juist ook wat wij doen voor alle Nederlanders van levensbelang is voor de organisatie. Als de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, bijvoorbeeld aangeeft dat afschrikking terug op de agenda staat, zegt dit alles over geopolitieke verhoudingen maar niets over de impact die dit op alle Nederlanders heeft of kan hebben. Juist zij zullen moeten begrijpen Defensie voor hun gezinnen en portemonnees van vitaal belang is; de kans dat zij uiteindelijk op een politieke partij kiezen die Defensie goed gezind is wordt daarmee vanzelf groter.
Al het Defensiepersoneel dient zich, binnen de door de organisatie gestelde kaders, te conformeren aan Every soldier a spokesman. Het gaat er dan niet om hoe open militairen kunnen en mogen zijn in het geven van informatie, het gaat erom welke tijding ze verspreiden en welk effect ze daarmee bereiken. Als vertegenwoordiger van de krijgsmacht moet iedere militair de media en publieke opinie kunnen verduidelijken waarom het werk van Defensie belangrijk is.
Veel van wat gecommuniceerd kan worden omdat het niets met de operationele veiligheid (OpSec) te maken heeft, wordt niet gecommuniceerd. Of – en dat is nog erger – in doofpotten gestopt, monddood gemaakt of anderszins het zwijgen toegebracht.

Dergelijke zaken komen uiteindelijk toch naar buiten, al is het soms jaren of decennia later, dankzij onderzoeksjournalistiek, klokkenluiders of intern lekken. Dat is schadelijk voor het imago, de geloofwaardigheid en ultimo dus ook voor de slagkracht van de krijgsmacht. Dan is het kwaad geschied.

Burgerlijke ongehoorzaamheid van militairen, vooral op de diverse sociale media, lijkt tegenwoordig gekoppeld aan de – omgekeerd evenredige – weerspannigheid van Defensie jegens haar personeel. Metaforisch: ze volgt niet haar zelfgestelde regels op, maar verlangt wél dat haar werknemers altijd de autogordel dragen, gidsen bij het achteruitrijden en nooit de maximumsnelheid overschrijden.

Ronduit ergerlijk is hoe de inkadering van het ‘bedrijfsnieuws’ van de organisatie ervoor zorgt dat de burgermaatschappij een onvolledig of zelfs onjuist beeld heeft van wat er bij Defensie gebeurt. Daardoor wordt de krijgsmacht bezien door een roze bril, ook door onze volksvertegenwoordigers.

Defensie bewijst lippendienst aan al die keihard werkende mannen en vrouwen, maar in daadkracht geeft ze vaak niet thuis. Ze zwijgt waar het erop aankomt dat rechtstreeks met het personeel wordt gecommuniceerd.

Intussen lopen de frustratie en irritatie bij het krijgsmachtpersoneel huizenhoog op. Velen zitten niet lekker meer in hun vel of verlaten het zinkend schip. Uit loyaliteit en uit angst voor maatregelen zwijgt het merendeel van het personeel, sommigen hanteren de sociale media.

Blijkbaar gelden de kernwaarden die de krijgsmacht zo sterk maken vooral op de werkvloer.

De krijgsmacht is allang geen afspiegeling meer van de saamhorigheid in de maatschappij. Die is ook daar immers ver te zoeken. De krijgsmacht lijkt een afvoerputje geworden, waar kernwaarden met voeten worden getreden en slechts weinigen hun mond durven open te trekken op straffe van loopbaanconsequenties.

De krijgsmacht is een verwarde rechtspersoon geworden. De organisatorische janboel en personele verwarring hollen haar steeds verder uit.

Als er dan, zoals nu het geval is, een complete brigade in Polen oefent, wordt dit in een grootscheeps public relations-offensief gecommuniceerd. Alsof de Nederlandse krijgsmacht nog een vuist kan maken en iets in de pap te brokken heeft. Hoe grootschalig ook, BISON DRWASKO lijkt veeleer een publicitaire stuiptrekking om aan te geven dat niet voldoen aan de 2%-norm van de NAVO geen enkele reden is om niet rustig te gaan slapen[2].

Defensie is een lijk dat al jaren drijft zonder dat de politiek actie onderneemt. Soms volgt er een goedbedoelde motie uit christelijke hoek die wat ‘extra’ miljoenen genereert, maar de adviezen die er toe doen – van de denktanks AIV, Clingendael en HCSS – om miljarden te investeren worden terzijde geschoven.

Defensie lijkt in alles bang voor de dynamiek die kan ontstaan als ze zich transparanter maakt in plaats van gesloten blijft. Ze realiseert zich echter niet dat angst een slechte raadgever is en dit zelfs de meest überloyale werknemers op termijn conditioneert tot angsthazen en koplampkonijnen.

Martijn Cornelissen

[1] http://www.militairespectator.nl/thema/artikel/een-strijd-om-de-defensiebegroting Artikel van Keetje Walenkamp, rijkstrainee bij het Ministerie van Defensie.

[2] https://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrikus_Colijn#.27Ga_maar_rustig_slapen.27Loyaliteit als ziel van de krijgsmacht

Vereniging van (oud-) marineofficieren korps A/LD

Op 3 november 2016 werd tijdens de landdag LD besloten een vereniging op te richten en recentelijk zijn daar de nodige stappen voor ondernomen. Graag wil ik de collegae opmerkzaam maken dat zij zich als lid kunnen aansluiten. Hieronder vindt u de nodige informatie en hoe u zich kunt aanmelden.  Bovendien heb ik van de oprichting de statuten en de wetenswaardigheid over Poulus Clerck ingesloten. Het is een unieke naam voor de vereniging en herinnert ons aan de schrijvers uit 1665.

“Paulus Clerck, de recent opgerichte vereniging van (oud-)marineofficieren werkzaam (geweest) in het functiegebied logistiek (A/LD/VK/SD), is op zoek naar postactieve en elders actieve leden.

Op zeer korte termijn zal de VOLD, voorzitter van Paulus Clerck, u willen uitnodigen lid van de vereniging Paulus Clerck te worden. Dat zal per e-mail gebeuren.

Wanneer u tot de doelgroep behoort, en eventueel geïnteresseerd bent, wilt u dan een email sturen met
uw naam,
laatste rang,
jaar dat u de actieve dienst verliet
en voor KIM-officieren, uw promotiejaar.

Eventueel kunt u dit aanvullen met uw adres, telefoonnummer of GSM

Het emailadres van de vereniging is:
PaulusClerck1665@gmail.com

Paulus Clerck was het HLD van Michiel de Ruyter en hij sneuvelde tijdens een zeeslag op 30 april 1665.

U wordt verzocht dit bericht te delen onder uw Facebook-vrienden, of per e-mail aan uw jaargenoten etc, die tot de doelgroep behoren, zodat de secretaris in korte tijd een relevant en actueel email-adressenbestand kan opbouwen.

Actief dienende LD-officieren worden in principe op hun dienst e-mail aangeschreven, maar kunnen hun privé e-mailadres ook doorgeven.

opr-paulus-clerck-260117-2

wetenswaardigheid-poulus-clerck