Als we niet willen geloven dat het beter wordt, komen we nooit vooruit…

Weblog van de Commandant der Strijdkrachten

Als we niet willen geloven dat het beter wordt, komen we nooit vooruit…

Admiraal, ik las enige tijd geleden uw weblog.  De pijn zit altijd elders waar je het niet wil hebben. Vertrouwen dat het met Defensie beter gaat is altijd een lange weg na alle bezuinigen die Defensie is overkomen. Ikzelf zie het optimistisch in. We hebben een financiële inhaalslag, zie het plaatje in de defensienota 2018 waar er jaarlijks meer mag worden besteed en de defensiebegroting die  structureel omhoog gaat. 10 miljard in 2021 is nog altijd niet genoeg om te voldoen aan de Navo-norm, maar in 2024 kan dat zijn opgelopen tot 14,5 miljard, mits een ander kabinet haar ambities niet op een ander vlak in de samenleving legt. Als ik mevrouw Bijleveld moet geloven vindt er in 2020 ook nog een herijking van de defensiebegroting plaats. Het  aanwezige geld moet wel worden besteed en men moet er voor waken dat het niet op de plank blijft liggen. Want dan zijn we het kwijt. Immers politieke partijen die Defensie weinig gezind zijn liggen altijd op de loer om het voor andere doeleinden te besteden.

Uw collega de Waard vond het een goed idee om eens een breed gedragen artikel over de aanbesteding van materieel te publiceren. Immers daarmee halen al die betweters bakzeil die vinden dat aanbestedingen alleen in Nederland moeten plaatsvinden, maar even vergeten dat de assemblage gewoon in Nederland plaatsvindt en dus werkgelegenheid schept.

Via uw PA Monique Kwinkelenberg heb ik nog een brief aan u verstuurd. En zoals u mij wel wellicht kent ben ik altijd benieuwd hoe een admiraal daarop reageert. Ik ben van de generatie van admiraal Hulshof en kapitein ter zee van administratie Kayen die ik altijd persoonlijk en schriftelijk in mijn functie bij CZMNED kon benaderen en destijds het marinemagement “by objectieven” is ontstaan waar ik ook aan mocht meewerken. Het boekje zal zeker nog in de bibliotheek van het KIM zijn te vinden en leerzaam kan zijn voor degenen die het moderne management naleven.

Met vriendelijke groet,

Hennie van Wilgenburg

Julianadorp, 14 november 2018

Ter illustratie wie de paragraaf over Defensie in het regeerakkoord nog niet op zijn netvlies heeft heb ik die zowel hier als onderaan deze blog alsnog opgenomen.

Defensie 2018 2019 2020 2021 Struc Struc in
Subtotaal 910 1210 1410 1510 1510
Ondersteuning krijgsmacht 300 300 350 400 400 2021
Investeringenmodernisering krijgsmacht 475 725 775 825 825 2021
Uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap 125 175 275 275 275 2021
Kustwacht Caribisch gebied 10 10 10 10 10 2018

Daarbij heb ik mijn gedachten laten gaan over deze tabel en de miljoenen die er jaarlijks worden besteed in de periode 2018 tot 2021(de inhaalslag). Hierbij ben ik als voorbeeld uitgegaan van een vastgestelde basisbegroting van ± 8 miljard per jaar dat blijft bestaan. Ik heb hierin niet meegenomen de structurele verhogingen van SGP en CU die in het vorige kabinet zijn afgesproken. Wat betekent dit:

In 2018 wordt dit 8910 miljoen

In 2019 wordt dit 9210 miljoen

In 2020 wordt dit 9410 miljoen

In 2021 wordt dit 9510 miljoen

In 2022 wordt dit structureel 9510 miljoen. Oftewel de defensiebegroting stijgt dan van 8000 miljoen naar 9510 miljoen.

De jaarlijkse bedragen worden gebruikt voor:

Ondersteuning krijgsmacht

Investeringen moderniseringen krijgsmacht

Uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap

Kustwacht Caribisch gebied

Investeringen heet in het defensiejargon intensiveringen. Met andere woorden als ik dit zo uit de bijlage lees dan worden de “Investeringen moderniseringen krijgsmacht” 475+725+775+825 = 2800 miljoen niet uitgegeven maar in mijn  beleving als reservering opgebracht om het verouderd materieel te vervangen. Dus wordt er tot 2021 2,8 miljard gereserveerd.

En inderdaad als men de jaarlijkse bedragen van de inhaalslag bij elkaar optelt dan kom je in deze kabinetsperiode op 5 miljard (5000 miljoen) dat wordt uitgetrokken om de krijgsmacht te versterken. Dat staat ook in het nieuwsbericht van 17 november 2017 dat Defensie op haar website heeft gepubliceerd. 

 

 

Advertenties

F*ck the rules

Op 14 augustus 2018 schreef ik onderstaande brief via de e-mail aan de CDS. Deze brief werd ontvangen door de persoonlijke assistent van de CDS. Dus mag je verwachten dat de brief ook wordt doorgespeeld aan de CDS. Jammer genoeg heb ik geen bevestiging tot nu toe mogen ontvangen of de brief ook daadwerkelijk de CDS heeft bereikt. Maar als ik alle weblogs lees van de CDS dan is zijn voornaamste initiatief om openheid te geven wat er op Defensie speelt, wat voor mij betekent dat ik wellicht ook een antwoord op mijn brief zou mogen ontvangen. Nu denk ik zelf dat het antwoord niet door de CDS zal worden geschreven, maar een passend antwoord wordt geconcipieerd door een van zijn medewerkers van zijn staf en het daarna aan hem wordt voorgelegd. Immers zo ging dit in mijn tijd toen ik nog bij de Koninklijke Marine in dienst was en op het commandement der zeemacht in Nederland een personeelsfunctie had en aan het werk werd gezet om de brieven altijd op te stellen die dan werden voorgelegd aan het hoofd afdeling personeel of de commandant der zeemacht zelf. Immers er was altijd een open lijn tussen de personeelsfunctionarissen, de stafmedewerkers en het hogere management. Hierbij lag ook de grondslag van het door de commandant der zeemacht in Nederland uitgebrachte boekje “Management by objectives” met een gedelegeerde verantwoording .

Het heeft mij dus doen besluiten om de brief maar eens op mijn weblog te publiceren en op Linkedin.

Den Helder, 14 augustus 2018

AAN:

De commandant der strijdkrachten

Zijne Excellentie luitenant-admiraal R. P. Bauer

Ministerie van Defensie

Postbus 20701

2500ES Den Haag

Onderwerp: weblog voorzitter KVMO F*ck the rules

Geachte admiraal,

Laatst las ik de weblog van de voorzitter van de KVMO met als onderwerp F*ck the rules. Het ging over uw ‘commanders message’ waarin u uw frustratie uitte dat veel verbeteringen nog lang op zich laten wachten vanwege onnodige processtappen en allerlei regelingen die zelf door de organisatie zijn bedacht. Ik denk niet dat u de term ‘fuck the rules’ zelf heeft verzonnen en dit aan uw personeel heeft overgebracht, maar ik ben mij ervan bewust dat officieren nog altijd beleefdheidsvormen, de waarden en normen die wij kennen, in acht nemen en dit soort termen in uw organisatie niet bezigen.

Met mijn brief aan u is het niet mijn intentie om elkaar de maat te nemen. Immers dat laat ik aan belabberde politici over in de Tweede Kamer die op een zeer denigrerende  en onbeleefde wijze met elkaar debatteren. Het is ook niet mijn intentie om een lesje leiderschap te geven hoe men met elkaar in de organisatie moet omgaan, want leiderschap moet je in je hebben en is niet met een kunstje aan te leren.

Maar wat mij als gewezen marineofficier en voormalig belangenbehartiger steekt is dat de werkgever Defensie nog altijd denkt dat bonden “a pain in the ass” zijn als het in overleggen over arbeidsvoorwaarden komt. Een ritueel dat telkenmale in de beginfase van de onderhandelingen door Defensie wordt gefrustreerd. Want bonden komen in de ogen van de werkgever Defensie altijd met voorstellen die niet in hun straatje passen. Het is dus ook de stroperigheid die Defensie zelf uitstraalt en waar ieder woordje op een goudschaaltje wordt gelegd. En inderdaad is het wat de voorzitter in zijn weblog beoogt dat Defensie het zou sieren als zij de hand ook in eigen boezem zou steken. Want ook in mijn beleving gaat het nog wel eens mis bij Defensie. Maar dit terzijde. Het gaat mij immers dat u uw frustratie ook kunt weerleggen door, net zoals de commandant zeestrijdkrachten bij bijeenkomsten, heeft gezegd dat wanneer het door regels niet kan, hijzelf dan de daad bij het woord voegt en daadwerkelijk een beslissing neemt. Dat vind ik op zichzelf dapper, maar vraag ik mij ook wel eens af of hij gelijk de beeldschermstaarders, de vinkjeszetter etc. bij hem roept, of in gewone marinetaal, hen de wacht aanzegt. Immers dit zijn de verantwoordelijken die eigenlijk door hun angst geen verantwoording durven te nemen. De video vorig  jaar met u en de belangenverenigingen KVMO en GOV|MHB nog eens terugkijkende, laat zien dat u met korte lijnen de stroperigheid bij beslissingen teniet wil doen, maar schijnbaar met uw ‘commanders message’ nog niet in slaagt dit te beteugelen.

Dus laat ik aan u maar eens een voorstel doen om dit op een andere manier in te vullen. Begin in eerste instantie alle bijzitters die geen mandaat hebben in vergaderingen uit te sluiten. Zij zijn de beeldschermstaarders die geen enkele verantwoording nemen in een besluitvormingsproces en veroorzaken alleen maar ruis door op allerlei processen beren op de weg te vinden. De naaste hogeren van deze personen dienen zich ervan bewust te zijn dat het zetten van vinkjes in de procesbegeleiding alleen maar tot vertraging kan leiden. Met andere woorden u dient zelf bij uw procesbegeleiders te rade te gaan dat zij met korte lijnen u van advies kunnen dienen. En zij die hieraan twijfelen moet u op hun verantwoordelijkheden wijzen en in het uiterste geval, net zoals in het bedrijfsleven, hen mededelen dat hun plaats in de herberg niet meer zo vanzelfsprekend is. Wat u hiermee bereikt is dat die persoon zich dan ook afvraagt of hij zijn loopbaan maar elders moet voortzetten. En voorts bereikt u dat u in de piramide van beslissers alleen de juiste personen hebt die u adviseren om de juiste maatregelen uit te voeren. Dan bereikt u hetzelfde effect wat ik bij die bijeenkomsten van de commandant zeestrijdkrachten heb vernomen “als het voortgangsproces telkenmale wordt gefrustreerd dan neem ik zelf wel de verantwoording en de beslissing om tot aanbesteding over te gaan”.

Admiraal, ik heb dik 36 jaar bij de Koninklijke Marine gediend en als schepeling de hoogst haalbare rang van luitenant ter zee van vakdiensten der tweede klasse oudste categorie behaald, waarvoor ik de minister van Defensie nog altijd dankbaar ben. Mijn kennis en ervaring, bekendheid bij collega’s en oud-collega’s die ik nog veelvuldig ontmoet, zijn voor mij nog altijd van cruciale waarde. Overigens klappen zij niet altijd uit de school wat er gebeurt op het gebied van investeringen en het budget wat Defensie dit jaar kan besteden. Wel hoor ik wel eens dat Defensie moeite heeft om het budget voor dit jaar te realiseren. Een kasschuif kan wel eens uitkomst bieden, maar als het bestemde geld niet wordt besteed, kan het voor een minister van Financiën aanleiding zijn om het budget voor het volgend jaar te heroverwegen. Immers politieke partijen die weinig op hebben met Defensie zullen trachten het niet bestede budget aan andere doeleinden toe te wijzen.

Admiraal ik heb de Koninklijke Marine nog altijd hoog in het vaandel. En zoals gezegd is het voor mij ook altijd een goede werkgever geweest. De materiële investeringen voor de vervanging van de vloot zijn van cruciale betekenis om de veiligheid vanuit en op zee voor Nederland te waarborgen. Dus met een oud spreekwoord te eindigen “O Nederland Let op uw saeck”, of een andere oneliner “Put your money where your mouth is”.

Met vriendelijke groet,

w.g.

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

Den Helder en de dubbele bolder

Julianadorp 7 november 2018

De beting die geen beting bleek te zijn maar slechts een nepbolder.

Over de in Den Helder op het stationsplein geplaatste dubbele bolder werd mij door een collega opmerkzaam gemaakt dat mijn nautisch oog niet heel scherp is. Maar dan kun je verwachten als je op logistiek gebied wat meer bekwaam bent en je een stap zijwaarts niet moet doen. Van begin af aan werd er in Den Helder over een beting gepraat. Maar een sleepbeting heeft een horizontaal deel dat tegen de twee palen is gelast en nooit er doorheen zoals bij het Helderse object. Bovendien is dat horizontale deel bijna altijd even dik of bijna even dik als de twee palen, dit om te voorkomen dat de sleeptros knijp gaat zitten vanwege de grote kracht die op de sleeptros wordt uitgeoefend. Als je goed naar sleepbetings kijkt dan zie je dat het horizontale deel aan weerszijden van de palen veel minder uitsteekt dan bij het Helderse object. Ook daar is over nagedacht want bij het snel opkorten van de sleeptros komt het voor dat er even snel een paar slagen op de beting moeten. En  hoe meer dan het horizontale deel uitsteekt hoe lastiger dat is. Er is derhalve in het Helderse toch echt sprake van een andere constructie. En iedere sleepbootkapitein kan mij  vertellen dat slepen met het Helderse object zelfs gevaarlijk is. Het heeft mij weer de ogen geopend en ben tot de conclusie gekomen dat Den Helder nu is opgezadeld met een nepkunstwerk. Immers in mijn zoektocht naar de bolder in de Helderse haven heb ik deze vertoning nog niet gezien. Wel viel mijn oog op een echte dubbele bolder op een schip waar ik onlangs op aanmonsterde. Met andere woorden Den Helder als maritieme stad heeft gewoon een nepkunstwerk gekregen, waarvoor de inwoners het gelag hebben betaald.

Hennie van Wilgenburg

IMG_1583.jpeg

Den Helder en zijn Beting

IMG_1447.jpg

Al eerder schreef ik dat in Den Helder zonodig een kunstwerk in de binnenstad moest verijzen dat moest veronderstellen beeldbepalend voor de stad te zijn.

De belevenis van een (zogenaamd) kunstwerk dat een “bolder” moet voorstellen.

Je kunt er gewoon niet omheen. Wanneer je in Den Helder aankomt en het station verlaat wordt je gelijk op het stationsplein geconfronteerd met een enorm obstakel dat een Beting moet voorstellen, in de volksmond al onterecht een dubbele bolder genoemd. Het is een cadeautje van Zeestad aan de inwoners van Den Helder en het moet voorstellen dat Den Helder een grote maritieme sleepbootfaciliteit biedt. Niets is minder waar. Den Helder is weliswaar een marinestad waar regelmatig oorlogsschepen uitvaren die de Koninklijke Marine met haar eigen sleepboten bij het ont- en afmeren assistentie verleent, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Het fenomeen dat Den Helder de marinestad met deze Beting moet uitstralen, is dus geheel onjuist. Maar het logge obstakel staat er nu eenmaal op het stationsplein en je haalt het er ook zomaar niet weer weg. Daar moeten de inwoners van Den Helder voorlopig nu eenmaal mee leven. Maar wat mij intrigeert is; hebben de bedenkers van dit onuitstaanbaar stuk brons zich wel eens gerealiseerd of dit ook past in de ruimtelijke omgeving van het stationsplein en ook om dit nog eens bijkans tegen de omliggende panden van het plein te plaatsen. Ik betwijfel het. Want was het resultaat geweest wanneer de bedenkers op deze plek eerst eens poolshoogte hadden genomen om bijvoorbeeld met een hologram de situatie op de plek te beoordelen of dit enorme obstakel wel zo groot en hoog moest worden. Het had ook wel met een maatje minder gekund. En moet dit nu de blikvanger van Den Helder worden? Ontvangt Den Helder nu meer bezoekers omdat er voor de bedenkers een aansprekend (kunst)werk staat dat Den Helder op de kaart moet zetten. Ik geloof daar niets van. Den Helder kende zijn aansprekende zeehondjes bij de uitgang van het station die naar de haveningang van de Teso werden verbannen en op het stationsplein voor de Hema onze aansprekende Jutter die zijn Waterloo vond met een verborgen plek in het stadspark.

Is er commotie onder de inwoners van Den Helder? Volgens mij niet en gelaten laten zij zich een obstakel nabij het stationsplein opdringen dat zij uiteindelijk zelf hebben betaald. Immers Zeestad wordt financieel door de gemeente gesubsidieerd. Dus uiteindelijk betalen de inwoners zelf dit ongewilde pronkstuk, waarop zij kennelijk niet op zitten te wachten.

Ik ben niet zozeer tegen de plaatsing van de beting, maar de kolossale omvang gaat alles buiten de perken. Was het in plaats van zes meter hoog en zes meter breed, waarbij de dwarsligger zelfs 14 meter breed is, een paar meter kleiner geweest, dan was het in mijn ogen nog altijd een obstakel, maar beter dan het nu uitstraalt. De eerste tekenen dat het brons nu al groen uitslaat laat zien dat het maar zeer snel uit de binnenstad moet verdwijnen.

Om het nog maar eens diplomatiek te omschrijven. Schijnbaar hebben de bedenkers in een weekend waarbij het bier tijdens een voetbalwedstrijd rijkelijk vloeide en wellicht ook nog wat geest verruimde middelen een rol gespeeld om zo een kolossaal stuk brons het daglicht te laten zien.

Hennie van Wilgenburg

Julianadorp 24 september 2018

Defensienota 2018

De Defensienota is een kort en krachtig verhaal. Het is geen spannend jongensboek, maar wel aan de moderne tijd aangepast en geïllustreerd met plaatjes die heel verhelderend zijn. Er staat geen wollige taal in maar vraagt soms wel om een nadere toelichting. Uit de Defensienota kun je constateren dat er een grote inhaalslag wordt genomen die rond de 5 miljard bedraagt. Dat betekent niet dat de defensiebegroting de komende vier jaar met 5 miljard wordt verhoogd. Immers in 2021 zal Nederland nog altijd niet aan de NAVO-norm kunnen voldoen. Maar wel zal vanaf die datum de defensiebegroting structureel met 1,5 miljard toenemen. In 2020 staat de herijking van de Defensienota gepland. Op dat moment wordt beslist dat de defensiebegroting alleen maar omhoog zal moeten om na de huidige inhaalslag jaarlijks structureel verhoogd te blijven met 1,5 miljard. In 2025 moet dus de defensiebegroting zijn toegegroeid naar 16 miljard als men uitgaat van een BBP uit 2016. Momenteel draait de economie op volle toeren en is het BBP veel hoger. Echter uit de nota valt niet op te maken met welk jaar Defensie de BBP berekent. Het is dus gewoon koffiedik kijken om reden nu het economische voorspoed is, dit in de komende jaren ook sterk kan terugvallen.

Uit de nota valt ook niet op te maken of er nog altijd aan meerdere missies zullen worden deelgenomen. Momenteel wordt door het Kabinet onderzocht of er weer aan een missie in Afghanistan kan worden deelgenomen. Maar hebben we daar nu nog wel de juiste mensen en middelen voor. Immers er moet ook een inhaalslag aan personeel komen. Al jaren achtereen is het personeelsbestand uitgehold en wordt er nu alles uit de kast gehaald om weer jong personeel te werven. Dat valt niet mee omdat het bedrijfsleven ook om personeel zit te springen en daar een veel hogere beloning voor over heeft. Tijdens een debat eind vorig jaar tussen de KVMO|GOV en de CDS heeft de admiraal aangegeven dat er ook een “nee” door hem aan de minister zal worden gegeven, wanneer blijkt dat dit personeel-technisch niet uitvoerbaar is. Het wordt echter niet in de nota genoemd, terwijl dit toch een belangrijk argument kan zijn. Bij het korps mariniers vindt er momenteel een ware uittocht aan personeel plaats omdat veel mariniers zich niet willen committeren aan een verhuizing naar Zeeland. Men kan dus concluderen dat de operationele inzetbaarheid voor missies bij het korps op gespannen voet staat. Maar men moet niet vergeten dat dit het meest elitekorps in de krijgsmacht is waar rekening mee moet worden gehouden. In het blad QPO heeft de commandant van het korps mariniers, brigade-generaal Jef Mac Mootry, om diverse moverende redenen aangegeven dat een verhuizing naar Vlissingen geen juiste beslissing kan zijn die in het verleden is genomen en dit voor de minister van Defensie en haar staatsecretaris aanleiding kan zijn om dit te willen heroverwegen. Ongetwijfeld zal het zeker een tiental miljoen kosten om van de bouw van een nieuwe kazerne af te zien, maar dit weegt op tegen de kansen om de kazerne in Doorn uit te breiden. De oefengebieden in wijde omgeving leveren bij uitstek een beter operationeel rendement op dan in Zeeland en Noord-Brabant, waar lange reistijden moeten worden gemaakt om ergens te trainen. Het is  publiekelijk bekend dat oud-minister Hillen dit destijds in de nadagen van zijn ambt willens en wetens heeft doorgedrukt, want niet de Koninklijke Marine maar Hillens beslissing was gewoon wil en wet zonder zich te bekommeren wat de gevolgen in de komende jaren zouden zijn. Om ook nog maar niet te spreken van de Heijmans leaseconstructie die Defensie na 20 jaar gebruik in het vastgoedbeheer zal opbreken.

Voor de Koninklijke Marine breken er de komende jaren betere tijden aan. De vervanging van de M-fregatten, de mijnenjagers en de onderzeeboten. Wat betreft de M-fregatten zullen die groter zijn om alle geavanceerde wapensystemen die ook de LC-fregatten hebben te kunnen evenaren met nieuwe technologieën, zoals een laserkanon etc., die ook in het hogere geweldspectrum kunnen worden gebruikt. Van de 4 LC-fregatten is één LC-fregat uitgerust met radarsystemen dat tevens bijdraagt aan de bescherming tegen inkomende ballistische raketten van risicolanden. Maar waarom worden de overige drie niet uitgerust met dezelfde radarsystemen? Is onze veiligheid met één schip gewaarborgd? In de nota wordt hier niets over vermeld.

In het regeerakkoord zijn de bedragen per jaar afgesproken. Min Fin heeft nu al opmerkingen gemaakt of dit geld wel goed wordt besteed en wil ook schijnbaar mondjesmaat dit geld aan Defensie toebedelen. Maar als je geen 400 miljoen nu al voor de inhaalslag mag besteden, dan komt er niets van terecht met  het resterende bedrag dat Defensie in 2018 ook nog moet ontvangen.

Al met al is de Defensienota gebaseerd op de veiligheid die ons land ontbeert wanneer dreigingen op ons afkomen. Of die nu uit het Oost-Europa, Midden-Oosten of elders in de wereld komen, Nederland moet zich terdege bewust zijn dat zij in staat moet zijn haar eigen land te kunnen verdedigen. Of die veiligheid nu op land of de veiligheid op en vanuit zee geschiedt, we leven nog net niet op de roze wolk die de babyboomgeneratie ons heeft voortgebracht.

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

Julianadorp, 8 mei 2018

Garanties bij Defensie?

Ik zag tot mijn verbazing dat de voorzitter van Onze Luchtmacht een pleidooi hield waarin hij stelde dat de luchtmacht minstens 67 F-35 moet hebben om het luchtruim boven Nederland en in missiegebieden veilig te stellen. Dat gaat natuurlijk ten koste van wat de andere krijgsmachtdelen graag in vervangend (nieuw)materiaal willen inbrengen. Deze voorzitter maakte doodleuk uit dat de Koninklijke Marine het zonder onderzeeboten kon stellen. Volledigheidshalve vergat deze voorzitter dat in vorige kabinetten is besloten dat de luchtmacht het moet stellen met 35 F-35 en dat daarvoor 3,5 miljard beschikbaar is. Uiteindelijk zijn het toch 37 toestellen geworden.

De voorzitter van de NOV kwam plompverloren met een non-discussie artikel waarin de Navo-norm ter sprake kwam. Had deze voorzitter een voorziene blik in de toekomst of heeft hij het regeerakkoord niet goed gelezen waar bij Defensie een financiële inhaalslag van 5 miljard de komende jaren plaatsvindt en vanaf 2021 Defensie jaarlijks structureel 1,5 miljard aan de defensiebegroting mag toevoegen? Ook bij de afgelopen Navo vergadering sprak onze minister van Defensie over deze 5 miljard. Anders kunt u het nog eens teruglezen op de website van het ministerie van Defensie.

In het regeerakkoord zijn de bedragen per jaar afgesproken. Defensie heeft een voorschot van 400 miljoen op de 910 miljoen die het in 2018 moet ontvangen.

Maar MinFin heeft nu al opmerkingen of dit bedrag wel goed wordt besteed en wil ook schijnbaar maar mondjesmaat dit geld aan Defensie toebedelen.

Ik las in een tweet van de voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren op 9 maart 2018 dat er dit jaar weer geld zal overblijven. De eerst 4 maanden gebeurt er niets omdat het wachten is op de Defensienota en daarna het politiek debat. Dat betekent dat Defensie met dit geld niet aan het werk kan. En zoals gezegd plaatst MinFin vraagtekens bij mission(support) plannen omtrent de 400 miljoen euro die reeds zijn toegezegd. Maar als je geen 400 miljoen voor de inhaalslag kan besteden, dan komt er niets van terecht met het resterende bedrag dat Defensie in 2018 ook nog moet ontvangen.

Maar ook de minister van Justitie & Veiligheid moet zijn opperste best doen om geld van MinFin te ontvangen. Althans dat moest ik lezen uit een NRC artikel wat aan mij werd verstuurd.

Volgens mij bedraagt de defensiebegroting momenteel 8,5 miljard. Ik hoor het de oud-minister van Defensie Hennis nog zeggen dat de defensiebegroting is verhoogd met 870 miljoen. In dat bedrag is begrepen de structurele verhogingen die wij te danken hebben aan de CU en SGP de afgelopen jaren. Dus na de huidige inhaalslag zal de defensiebegroting jaarlijks structureel worden verhoogd met 1,5 miljard. In 2021 10, 2022 11,5, 2023 13, 2024 14,5 en in 2025 16 miljard.

Als ik van een BBP 2016 van 770 miljard uitga en daar 2% van neem komt Defensie eindelijk aan de Navo-norm en zal de defensiebegroting 15,4 miljard vanaf 2024 – 2025 eventueel bedragen.

Met dit bedrag is het dan pas mogelijk de vervanging van de onderzeeboten, M-fregatten en mijnenjagers te bekostigen.

Het hangt natuurlijk ook af of een volgende regering de structurele verhoging zal voortzetten. Maar dat is koffiedik kijken.

De non-discussie over de 2% Navo norm van de voorzitter van de NOV is naar mijn mening niet op feiten gebaseerd. Maar ik nodig iedereen uit om mijn stelling te becommentariëren. Want ook ik kan wel eens ongelijk hebben.

Maandag 26 maart 2018 wordt de nieuwe defensienota publicitair gemaakt. Ik ben benieuwd of de vervanging van de M-fregatten en mijnenjagers vanaf 2024 werkelijkheid zal worden. Over de onderzeeboten hoeven we ons minder zorgen te maken, want die komen er. Immers de onderhandelingen over het aanbesteden zijn al in de B fase beland als ik het artikel op de website van marineschepen.nl mag geloven.

En wilt u de twee artikelen van de genoemde voorzitters nog eens nalezen dan zijn hier de onderstaande links.

Julianadorp 25 maart 2018

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

https://onzeluchtmacht.nl/binnen-en-buitenlands-nieuws/verenigingsnieuws/van-onze-voorzitter-defensienota-2018-een-kans/#comment-93

https://www.nederlandseofficierenvereniging.nl/post/tweeprocent

 

 

 

 

 

 

 

Een oud-minister van Defensie als reservist zonder vooruitzichten

Julianadorp 4 februari 2018

Was ik net als gastschrijver bekomen van mijn proza over “Hennis gaat bij de marine”, las ik in de Helderse Courant van donderdag 1 februari 2018 als mosterd na de maaltijd de krampachtige mededeling van de woordvoerder Karen Loos van het commando zeestrijdkrachten dat Hennis pas na het verlaten van de Kamer militair reservist kan worden. Aanstellen kan wel, maar gedurende haar Kamerlidmaatschap geen trainingen, oefenen e.d. Ik werd er helemaal beduusd van. Want zoals ik eerder als gastschrijver schreef denk ik nog altijd dat Hennis niet voor haar kennis, maar door haar kennissen bij de marine is binnen gehaald met het argument dat zij met haar “specifieke/specialistische” kennis een belangrijke bijdrage kan leveren aan de toekomstige adaptieve krijgsmacht. Alleen wordt er nog altijd niet door degenen die haar voordroegen expliciet uiteengezet wat er nu wordt bedoeld met haar specifieke/specialistische kennis. Wanneer je Hennis haar curriculum vitae raadpleegt vindt je niets over die specifieke/specialistische kennis. Of heeft zij met haar vierjarig beleid een belangrijke bijdrage geleverd aan de krijgsmacht? U zult het mij niet horen zeggen, maar ik denk dat er velen zijn die ook toch even de wenkbrauwen optrokken toen het reservist zijn bekend werd. En of zij ooit als reservist in de toekomst zal acteren is ook een beetje koffiedik kijken. Hennis vervult als woordvoerder van de VVD in de Kamer financiën rijksbegroting, Europees en internationaal monetair beleid. Zij moet zich in het bijzonder over de rijksbegroting nog wel bewijzen en zal zeker de interruptiemicrofoon vinden. Zij zal geen backbencher worden. Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat zij haar mond houdt bij een debat over de rijksbegroting, want daar is ze veel te bespraakt voor. En voor de toekomst zal zij zelf nog altijd de ambitie hebben om de eerste vrouwelijke minister-president te worden. Want ambities heeft zij genoeg. Of is de politica met haar woordvoerderschap financiën rijksbegroting een mogelijke lobbyist geworden in de toekomstige aankopen van materiaal voor de krijgsmacht en in het bijzonder voor de Koninklijke Marine? Wie zal het zeggen. Maar met de aanstelling nu als reservist zonder enige vooruitzichten en mogelijk pas vele jaren later een militaire opleiding volgen in de Loonse en Drunense duinen, zal haar zeker fysiek niet meer meevallen, indien zij toch onverhoopt buiten de boot valt.

Hennis is op 7 april 1973 geboren en wordt dit jaar 45. Als we vijf jaar verder zijn dan zal zij zeker nog in de Tweede Kamer actief zijn, tenzij er onverhoopt voor haar een uitdagende baan buiten de Kamer zich aandient. En dan zal die zogenaamde specifieke/specialistische kennis snel vervagen, want dan ben je ook snel uit beeld. En wat is nu haar voordeel als politica met het aan haar naam toe te schrijven zogenaamde specialisme? Immers iedereen kan toch zonder een hoog opgeleide studie politicus worden? De voorbeelden zijn er in de Tweede Kamer in overvloed. En als men het bij de Koninklijke Marine over specialisme heeft, dan wordt er toch bedoeld de medici, de technici, ict etc. die schaars zijn en waar regelmatig een beroep buiten de krijgsmacht op moet worden gedaan? Maar toch geen politica die een ministerie heeft geleid waar alleen maar de afgelopen jaren op is bezuinigd en nu pas de komende jaren mondjesmaat geld naar toe gaat?

En dan is er plompverloren ook nog in de Helderse Courant van zaterdag 3 februari 2018 de 60 seconden over Hennis als reserveofficier. Admiraal Kramer werd er nogmaals in betrokken. En net zoals vele anderen die de hype omtrent Hennis de afgelopen weken in de media hebben gevolgd, bekruipt mij het gevoel dat het aanstellen van haar bij de Koninklijke Marine als reservist wellicht toch een verkeerde inschatting is geweest. Het komt bij mij over als een soort miskoop van de maand. Je ontvangt zoiets als een beloning voor je werk wat bij nader inzien nooit meer kan worden verzilverd, maar ook op het latere tijdstip nooit zal worden vervuld. En belonen voor je inzet is iets anders dan een foto in gevechtspak inruilen voor een marine-uniform. Helaas is het voor Hennis ook nog eens gênant of zelfs triest hoe een organisatie met haar omgaat. In deze huidige samenleving die alleen uit een generatie bestaat die dag en nacht met hun smartphone de sociale media bestiert en op allerlei aangelegenheden hun beschimpingen doen en waar het nepnieuws in volle omgang wordt bedreven, hoop ik niet dat Hennis ooit wordt gezien als een nepreservist. Dat verdient zij zeker niet, want ik weet ook wat voor een vlijtig Liesje zij is. Echter de organisatie had ook beter moeten nadenken of het wel zinnig was om haar nu al als reservist aan te stellen.

Hennie van Wilgenburg

IMG_0257.jpg

Bron: Prodef bulletin GOV|MHB

IMG_0256.jpg

 

 

 

 

 

 

Carrièreplanning oud-minister van Defensie Hennis

IMG_0839.jpg
Een bijschrift invoeren

 

Hennis gaat bij de marine

Zaterdag 20 januari 2018 las ik plompverloren dat oud-minister van Defensie Hennis wordt aangesteld als reservist. Het Noord-Hollands Dagblad had als eerste de primeur. Daarna ging het los op Twitter en Facebook.

Het is niet aan mij te oordelen of dit nu het juiste moment is, maar ik denk dat Hennis niet voor haar kennis, maar door haar kennissen bij de marine is binnen gehaald. Want ons kent ons. Zij was echter ook de bewindspersoon die in het vorige kabinet het reservistenbeleid bijna ten gronde richtte, maar ook tot de ontdekking kwam dat dit niet het juiste beleid was. En nu heeft het alles te maken met de inzet van een adaptieve krijgsmacht. Volgens admiraal Kramer zal zij nooit worden ingezet bij missies of operationele eenheden, laat staan dat zij ooit in de Koninklijke Marine aan het werk zal gaan. Theoretisch zou zij als kapitein-luitenant ter zee een kantoorbaan kunnen vervullen. Maar daar hebben we toch genoeg oversten van in de Koninklijke Marine met echte kennis en militaire ervaring? Het is ook nog de bedoeling dat zij naast haar Kamerlidmaatschap een initiële opleiding gaat volgen in Breda. Dit is nu typisch het geld en het kind met het badwater weggooien voor een persoon waar nooit gebruik van zal worden gemaakt. Als dit het uitvloeisel is van een adaptieve krijgsmacht om zo met reservisten in de organisatie om te gaan, dan ziet het er somber uit voor de krijgsmacht. Maar een ding is duidelijk, Hennis heeft haar gevechtspak nu ingeruild voor een keurig marine-uniform.

Hennie van Wilgenburg

Julianadorp

 

Debat of een voorlichtingsbijeenkomst

Julianadorp, 20 januari 2018

Debat of een voorlichtingsbijeenkomst

Vrijdag 1 december 2017 vond in de Kromhoutkazerne in Utrecht het debat met de CDS plaats over zaken als personeels- en materieelbeleid, vertrouwen en het arbeidsvoorwaardenakkoord.

De bijeenkomst was georganiseerd door de KVMO en de NOV, beide aangesloten bij de GOV|MHB.

Van het debat is een film gemaakt die hieronder kan worden bekeken.

Van dit debat kun je ook een analyse maken. Immers het doel was om echt in debat te gaan zoals dat geschiedt in de Tweede Kamer met een interruptiemicrofoon om diverse schoten voor de boeg te lossen, of gewoon naar de vragen te luisteren die door de CDS of de beide panelleden werden beantwoord.

Laat ik eerst vertellen dat ik niet bij het debat aanwezig ben geweest, maar om een goede analyse te maken wel twee keer de film heb aanschouwd. Onder leiding van de moderator, kapitein-luitenant ter zee bd Jeroen de Jonge zou je kunnen verwachten dat het een mooi spektakel zou worden om het de CDS het vuur aan de schenen te leggen. Maar vlammen deed dit debat geenszins. Ik weet ook niet of de film is ingekort en kan dus niet oordelen hoeveel personen door de moderator in de gelegenheid zijn gesteld echt prangende vragen te stellen. Wel zag ik op het scherm dat buitenstaanders ook naar een 06 nummer konden bellen. Ikzelf had een paar dagen vooraf ook drie vragen aan de voorzitter van de KVMO gestuurd, maar waren wellicht niet belangrijk genoeg voor het debat. En degenen die aan het woord kwamen stelden slechts informatieve vragen die zij eigenlijk zelf konden beantwoorden. Er was geen spoor van enige vechtlust te merken, dan alleen maar netjes naar de antwoorden van de CDS te luisteren. En aan het einde van deze bijeenkomst kon je aan de beide voorzitters op hun gezicht toch enige teleurstelling zien. De voorzitter van de KVMO die met een onverholen blik de zaal inkeek en een voorzitter van de GOV|MHB die met een vragenlijstje in zijn handen zat te draaien en uiteindelijk als laatste nog een vraag kon stellen die door een tamelijk geharnaste CDS kort en krachtig werd beantwoord dat dit alleen al financieel onuitvoerbaar was. En daarmee werd het debat afgesloten omdat vanwege de tijd ook nog de zaal ontruimd moest worden.

Maar nu ook hetgeen de CDS te vertellen had. De CDS vroeg zich als eerste af hoeveel actieven er in de zaal zaten. Schijnbaar hadden de actieven die van buiten kwamen zich niet de moeite genomen om zich voor dit debat in uniform te kleden.

In zijn inleiding had de CDS over een duurzaam eigentijds gebouwd congrescentrum (bunker met ramen) in Spijkenisse tussen het groen en in de omgeving van het havengebied van Rotterdam, ontworpen door Sam Verwaijen met broer, vrienden en kennissen met een tiende van het geld als dit was uitbesteed aan aannemers. Waar trainingen worden gegeven en de CDS met de top 100 (officieren en burgers van schaal 13 en hoger) had vergaderd om over de toekomst van de krijgsmacht te praten. Het is een trainingslocatie onder de naam Green.DNA. Overigens zijn er meer van deze Green locaties in Nederland. Voor de CDS was dit het voorbeeld hoe ook de genie van de krijgsmacht een Nederlandse missie met beperkte middelen in het buitenland (Mali) snel opbouwt.

Interessant is hoe de CDS in zijn inleiding omging met de organisatie. Hoe die verkrampt is wat de gevolgen daarvan zijn. Daar moet verandering in komen. In feite ging het in mijn beleving over het oude en het nieuwe denken. Wat ik zelf vooral belangrijk vond dat hij inderdaad toegaf dat niet alleen geld maar ook daadkracht een negatief effect heeft gehad op de krijgsmacht. Doordat er nu 1,5 miljard in de komende vier jaar bij de defensiebegroting komt is de tijd van onder realiseren voorbij, maar moeten we als Defensie het geld dus ook daadwerkelijk gaan besteden. Want politici die weinig op hebben met Defensie zullen en blijven argumenteren om het niet bestede geld aan de zorg e.d. toe te bedelen. Uit het hele en duidelijke betoog van de CDS bleek dat niet alleen bij hem maar ook bij de organisatie de neuzen in dezelfde richting moeten worden gericht en niet het adagium van “weet je het wel zeker”. Want slagvaardigheid en knopen durven door te hakken zijn op beleidsniveau niet altijd de sterke punten. Uiteraard zal de CDS zijn uitdagingen niet alleen in woorden, maar ook in daden moeten omzetten. Aardig is het om zijn inleiding en motieven nog eens terug te zien in de film.

Daarna kwam eigenlijk het debat op gang en werd er over verantwoordelijkheid gepraat als zaken misgaan en consequenties door hem zullen worden getrokken, zonder daar verder expliciet over uit te weiden. Bedoelde de CDS dat hij de verantwoordelijke zal ontslaan als het faliekant mis is gegaan zoals dit in het bedrijfsleven gebruikelijk is? Schijnbaar was niemand in de zaal om hem op deze uitlating door te vragen. Of werd onbedoeld door de CDS aangegeven dat er een soort angstcultuur in de organisatie is gekweekt omdat een verantwoordelijke zelf zijn eigen verantwoording aan de werkelijkheid niet durfde te toetsen? Of is de beslissingsbevoegdheid op het hoogste niveau zo stroperig dat we in de organisatie alleen nog maar met flinterdunne denkers te maken hebben die bij protocollen alleen maar vinkjes zetten.

De CDS noemde het voorbeeld van de vervanging van de nachtkijkers. Een procedure die 8 jaar duurde. Uiteindelijk zijn de nachtkijkers gekomen, maar zijn het nu wel de modernste nachtkijkers geworden aangepast aan deze tijd? Ik begrijp uit mijn omgeving dat er nu nog een laptop moet worden aangekocht om de nachtkijkers te kalibreren voor de missie Mali.

Over de nieuwe gevechtspakken zal ik het maar niet hebben. Frappant is dat de Amerikanen dit bij Ten Cate in Twente bestellen en de krijgsmacht in Nederland alleen maar op zoek is om dit gevechtspak met een apart motiefje zelf te ontwikkelen. Een juiste inschatting van de CDS hoe dit nu echt niet moet. De CDS maakte wel een onderscheid tussen het kopen van de plank of het militaire aanbestedingstraject. Zijn voorkeur gaat uit, als het enigszins mogelijk is, naar het kopen van de plank. Korte trajecten zonder overbodige bureaucratie.

Wat ik zelf zeer opmerkelijk vond dat een commandant van een onderdeel weinig tot geen zeggenschap meer heeft over de beveiliging van zijn eigen terrein en dat er ’s nachts plotseling een bedrijf aan de poort staat die het gras komt maaien omdat dit overdag niet kan vanwege de vliegbewegingen. Ik vraag mij af of dit op Schiphol ook zo toegaat met de honderden start- en landingen per dag. Was er nu niemand aan de poort die de tegenwoordigheid van geest had, een officier van dienst, die enige actie ondernam om dit soort werkzaamheden niet toe te laten, en ook even de commandant telefonisch op de hoogte te stellen? Het overlaten aan een andere beveiligingsorganisatie betekent dus dat de linkerhand niet meer weet wat de rechterhand doet. Er zo zijn er wellicht communicatieproblemen in de organisatie in overvloed.

Wat ik ook opmerkelijk vond hoe makkelijk de CDS zich over het AOW-gat afmaakte. Deze CDS is in 1962 geboren en zal gewoon gebruik maken van de nieuwe diensteinderegeling en zal, naar het zich laat aan zien, in 2024 met leeftijdsontslag gaan, dus vijf jaar voor de nieuwe AOW leeftijd. Overigens gaan vlag- en opperofficieren van zijn generatie door tot 62 jaar. Hij vergeet en passant wel daarbij dat de huidige UKW’er niet meer terug kan komen in de organisatie en in de gelegenheid wordt gesteld van deze regeling gebruik te maken en dus op de leeftijd van 65 jaar met een AOW-gat wordt geconfronteerd dat niet tot 100 procent is gedicht. Gelukkig is het standpunt van de GOV|MHB dat zij zullen blijven strijden voor een volledige compensatie. Die compensatie zal echter vanuit de politiek moet worden vergoed en niet dus vanuit het arbeidsvoorwaardengeld. En uit een berekening blijkt dat dit voor Defensie 15 miljoen per jaar extra zal kosten. Een voor mij luttel bedrag op een defensiebegroting van 8,5 miljard die in 2021 is opgelopen tot ± 10 miljard.

Dan de massale overheveling van personeel van fase 2 naar fase 3. Volgens de CDS was dit een asociale beslissing van commandanten waarmee de problemen bij Defensie nu groot zijn. Maar waar was deze CDS, die gelijktijdig met de voormalige CDS als plaatsvervangend CDS aantrad en in die vijf jaar geen krimp heeft gegeven, om dit niet voor al het personeel toe te staan. Of is het voor een hoogopgeleide vlagofficier moeilijk om de hand in eigen boezem te steken. Defensie maakt het zichzelf ook moeilijk met een tijdelijke regeling langer doorwerken voor militairen die vlak voor hun leeftijdsontslag staan en langer mogen aanblijven totdat er duidelijkheid is over de nieuwe diensteinderegeling.

De CDS vond het jammer waarom toch zoveel jongeren de krijgsmacht verlaten. Hij had ook tijdens het debat aan de moderator kunnen vragen wat zijn redenen zijn geweest om de Koninklijke Marine te verlaten. Maar het zijn juist deze officieren die niet worden gehoord in de organisatie en dus mist de organisatie een uitstekend functionerende officier die zijn toekomst elders zoekt.

Het is voor mij die de krijgsmacht nog altijd hoog in het vaandel heeft een moeilijke afweging om te onderscheiden dat een debat met de hoogste militair in de krijgsmacht niet verzandt in een voorlichtingsbijeenkomst. Ik had ook de indruk dat het hoofdzakelijk om landmachtaangelegenheden ging. Over de luchtmacht en de zeemacht waren er kennelijk geen vragenstellers.

Niettemin moet ik toegeven dat er een strijdbare CDS stond met plannen die hij op korte termijn wil verwezenlijken. Het roer moet dus om en waar nodig zal deze CDS ingrijpen waar het op beslissingsbevoegdheid fout kan gaan. Men moet dus de CDS ook het voordeel van de twijfel geven en zien of hij inderdaad zijn woorden in 2018 waar maakt. Het mooie voorbeeld wat hijzelf aangaf is dat hij samen met de secretaris-generaal van Defensie het initiatief neemt om binnen een jaar 2600 jongeren voor Defensie aan te trekken, waarbij met protocollen, zoals het verkorten van een langdurig traject om met de verklaring omtrent gedrag in eerste instantie, soepeler om te gaan. Er zijn de ROC studenten die hun richting Defensie hebben gekozen en tijdens hun opleiding al kunnen worden onderzocht of zij in aanmerking komen voor deze verklaring.

Een minister-president krijgt 100 dagen. Maar over 200 honderd dagen zullen militairen en ex-militairen merken hoe beloften daadwerkelijk door de CDS worden omgezet in daden.

Op het moment dat ik dit schrijf is de website van de KVMO over dit debat slechts 63 keer geraadpleegd. Op de website Prodef werd zelfs niets over de gemaakte film gepubliceerd. En op de website van de NOV was er ook maar een matige belangstelling.

Degenen die deze weblog lezen raad ik ook ten zeerste aan om deze film toch eens te zien.

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

Luitenant ter zee van vakdiensten der tweede klasse oudste categorie bd

https://youtu.be/KYUqJIfcu38

Naschrift.

Op het moment dat ik deze blog schrijf ontving ik het krantenbericht dat Defensie heeft besloten oud-minister van Defensie Hennis aan te stellen als reservist bij de Koninklijke Marine. Het is niet aan mij te oordelen of dit nu het juiste moment is om een onervaren vrouw dit als Tweede Kamerlid van de VVD te gunnen. Immers zij was de bewindspersoon in het vorige kabinet die het reservistenbeleid bijna ten gronde richtte. Het nieuwe toverwoord heet nu de adaptieve krijgsmacht. Maar daar heb je geen reservist als Hennis voor nodig die volgens admiraal Kramer niet aan ernstmissies zal deelnemen. En dus slechts een kantoorbaan als kapitein-luitenant er zee in de Koninklijke Marine kan vervullen. Daar hebben we er genoeg oversten van in de Koninklijke Marine. Laat ik dus hopen dat dit niet het roer is wat om moet en wat de CDS bedoelt.

Kerstboom in Den Helder

Julianadorp, 10 december 2017

Kerstboom in Den Helder

Wat is het toch voor de stad Den Helder een prachtig gezicht een mooie kerstboom op het grasveld te hebben nabij het stationsplein. Een week geleden stonden er nog drie jonge bomen die plaats moesten maken voor de mooie boom. Gedoneerd door een 80-jarige man uit het midden van het land. Wat een mooie geste. Spijtig dat de boom zonder wortels werd geleverd. Immers dan had Den Helder jarenlang een prachtige beeldbepalende boom voor de stad gehad, waar elke inwoner het gehele jaar door van kan genieten, maar ook voor de schenker een dankbare herinnering waar die tot aan het einde van zijn levensjaren van kan genieten. Helaas mag dat niet zo zijn omdat de boom in het nieuwe jaar weer zal worden verwijderd en hopelijk de jonge aanplant terug zal worden geplaatst. Toen de jonge aanplant nog op het grasveld stond dacht ik gelijk aan de gemeente die van plan is om daar een afschuwelijke Beting neer te zetten, maar waar de bedenker(s) toch tot inzicht waren gekomen dat een 6 bij 6 meter hoog stalen(roestig) geraamte voor Den Helder als marinestad niet zo een beeldbepalend kunstwerk is. Iemand zei, daar hebben ze voor geleerd maar tussen kunst en kitsch is een groot verschil. Ik hoop en ga er maar van uit dat dit stuk ijzer niet haar plaats zal vinden op het grasveld bij het stationsplein, maar als het er toch moet komen, dan maar bij de binnenkomst van Den Helder nabij de burgemeester Visserbrug. Deze gemeente heeft al genoeg verslindende projecten, zoals de watertoren, het Rob Scholtemuseum en het Wint debacle project nabij het station Helder-Zuid waar, als het om geld gaat, inwoners voor zullen opdraaien.

H.T. (Hennie) van Wilgenburg

Julianadorp